Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:14804
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
809 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/13686
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. B.S. Bernard),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister ,
(gemachtigde: mr. H.Q. van der Zaan).
Inleiding
1. In het besluit van 22 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
1.2.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.
Beoordeling
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.
3. De minister heeft in een brief van 24 december 2024 laten weten dat zij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
4. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien totdat op zijn bezwaar is beslist, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 907,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit en verbiedt de minister verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2025.
de griffier
de voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.