Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:14724
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,596 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8340
Zaaknummer: C/09/676009
Datum beschikking: 24 april 2025
Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 8 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. D. Vurdelja te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ,
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M. Braat, advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de instemmingsverklaring van de man van 25 oktober 2024;
- het verslag van de bijzonder curator, tevens zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van de moeder van 7 maart 2025.
Verzoek
De moeder verzoekt primair om de door de man gedane erkenning van [minderjarige] te vernietigen en subsidiair een bijzonder curator over [minderjarige] te benoemen, zodat deze namens [minderjarige] een verzoek tot vernietiging van de erkenning kan indienen.
De bijzondere curator heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw. Zij heeft daarnaast voorwaardelijk – ingeval de rechtbank het verzoek van moeder zou afwijzen – om de erkenning van [minderjarige] door de man te vernietigen.
Feiten
- De moeder en de man hebben een affectieve relatie gehad.
- Uit de moeder is geboren:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2024 te [geboorteplaats 1] .
- De man heeft [minderjarige] (prenataal) erkend.
- De moeder is van rechtswege eenhoofdig belast met het gezag over [minderjarige] .
- De moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Nigeriaanse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 november 2024 is mr. M. Braat voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien [minderjarige] , de moeder en de man in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Op grond van artikel 10:96 BW in samenhang met artikel 10:95 BW, wordt de vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het recht dat op de erkenning van het kind is toegepast. Uit de geboorteakte en de daarbij behorende latere vermelding betreffende erkenning blijkt dat op de erkenning het Nederlands recht is toegepast. Daarom is Nederlands recht van toepassing op het onderhavige verzoek.
Vernietiging erkenning
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning te geven.
Ontvankelijkheid
Ingevolge het derde lid van artikel 1:205 BW wordt een verzoek tot vernietiging van de erkenning door de moeder ingeval van een beroep op bedrog of dwaling niet later ingediend dan binnen een jaar nadat de verzoeker het bedrag of de dwaling heeft ontdekt. Ongeacht de vraag wanneer de moeder de door haar gestelde dwaling precies heeft ontdekt, neemt de rechtbank aan dat het verzoek binnen de wettelijke termijn is ingediend, omdat de moeder binnen een jaar na de (prenatale) erkenning op 7 augustus 2024, het verzoekschrift bij de rechtbank heeft ingediend.
Beoordeling
De moeder verzoekt de door de man gedane erkenning van [minderjarige] te vernietigen. De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat zowel de man als zijzelf hebben gedwaald over het verwekkerschap van de man. Hoewel de relatie van de moeder en de man rondom de conceptie van [minderjarige] korte tijd was verbroken, zijn zij er beiden van uitgegaan dat de man de biologische vader van [minderjarige] is. Uit een DNA-test is gebleken dat niet de man, maar een andere man de biologische vader van [minderjarige] is.
De gronden waarop de moeder haar verzoek doet steunen, worden door man niet weersproken en evenmin door de bijzondere curator. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Dictum
De rechtbank:
vernietigt de erkenning, gedaan op 7 augustus 2024 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam, door:
- [de man] , geboren op [geboortedag 2] 1992 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;
van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2024 te [geboorteplaats 1] ;
uit:
- [de moeder] , geboren op [geboortedag 3] 1993 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 april 2025.