Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:14636
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,812 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/8062
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder
(gemachtigde: mr. Y.B. Langerak).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van een toegekende tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het Schadefonds).
1.1.
Verweerder heeft bij besluit van 2 mei 2024 een tegemoetkoming aan eiseres toegekend ter hoogte van € 1.500,-. Met het bestreden besluit van 5 september 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij niet gebleven. Aan eiseres is nog een tegemoetkoming toegekend van € 2.000,-.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres is in de periode 1985-1994 seksueel misbruikt in de familiaire sfeer. Zij had toen de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt.
2.1.
Naar aanleiding van de primaire aanvraag die zij deed op 23 februari 2012, heeft eiseres bij besluit van 17 augustus 2012 en bij beslissing op bezwaar van 7 mei 2013 in totaal een bedrag van € 8.045,- ontvangen van het Schadefonds.
2.2.
Op 18 januari 2024 heeft eiseres verzocht om nóg een tegemoetkoming uit het Schadefonds. Naar aanleiding van deze aanvullende aanvraag heeft verweerder bij besluit van 2 mei 2024 het besluit genomen, zoals genoemd in rechtsoverweging 1.1.
2.3.
In totaal (naar aanleiding van de primaire aanvraag én de aanvullende aanvraag samen) heeft eiseres dus € 11.545,- van het Schadefonds ontvangen, waarvan € 8.000,- voor de vergoeding van immateriële schade.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Volgens eiseres moet de tegemoetkoming hoger worden vastgesteld, namelijk op een bedrag van € 35.000,-. Zij heeft namelijk blijvend psychisch letsel. Ze heeft PTSS en een psychotische stoornis. Ze is onder behandeling geweest bij de GGZ in de jaren 2009-2021 en na een ziekenhuisopname is ze vanaf oktober 2022 weer onder behandeling bij [instelling] . Daarnaast heeft eiseres blijvend lichamelijk letsel: ze heeft reuma en haar baarmoeder is operatief verwijderd. Ze is volledig arbeidsongeschikt. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres, haar echtgenoot, uitgelegd dat eiseres een geïsoleerd leven leidt, en alleen naar buiten kan om wat boodschappen te doen en een wandeling te maken. Haar echtgenoot is mantelzorger.
Wat zijn de regels?
4. Een slachtoffer dat ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen door een in Nederland gepleegd gewelds- of zedenmisdrijf kan verzoeken om een tegemoetkoming uit het Schadefonds. Zo’n tegemoetkoming is een financiële tegemoetkoming, die uiting geeft aan solidariteit van de samenleving met het slachtoffer.
4.1.
Verweerder beoordeelt de aanvraag van de tegemoetkoming door het slachtoffer. Aan verweerder komt beleidsruimte toe bij de vaststelling van de tegemoetkoming. Aan de beleidsruimte is invulling gegeven in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Beleidsbundel) en de Letsellijst.
4.2.
Sinds 15 oktober 2014 keert de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven op basis van de Beleidsbundel ongedifferentieerde tegemoetkomingen (ofwel: all-in bedragen) uit (hierna: het huidige beleid). Dit betekent dat het sinds deze datum voor slachtoffers niet meer mogelijk is om aparte tegemoetkomingen aan te vragen voor financiële schade, zoals dat tot die datum wel gebruikelijk was op basis van het tot dan toe geldende beleid (hierna: het oude beleid). Volgens het oude beleid werden afzonderlijke uitkeringen toegekend voor immateriële en financiële schade.
4.3.
Aanvragen die ná 15 oktober 2014 zijn ingediend, worden behandeld conform het huidige beleid. Een aanvullende aanvraag wordt behandeld op basis van het beleid dat geldt ten tijde van het indienen van deze aanvullende aanvraag. Hierop geldt één uitzondering: als de aanvullende aanvraag volgt op een primaire aanvraag die is ingediend vóór 15 oktober 2014, dan geldt het oude beleid.
4.4.
Zowel in het oude als het huidige beleid wordt gewerkt met de Letsellijst, waarin het opgelopen fysieke en/of psychische letsel steeds is gekoppeld aan een letselcategorie en een daarbij behorende tegemoetkoming. In het oude beleid bestonden acht letselcategorieën en in het huidige beleid bestaan zes letselcategorieën. De ernst van het letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd, bepalen de letselcategorie. Verweerder komt beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag binnen welke categorie het letsel valt. De rechter moet deze beslissingen terughoudend toetsen.
Wat vindt de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder redelijkerwijs heeft kunnen beslissen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een hogere tegemoetkoming dan zij al heeft gekregen. Hierna legt zij uit hoe ze tot dit oordeel is gekomen.
Toepassing van het overgangsbeleid
6. Eiseres deed haar primaire aanvraag op 23 februari 2012. De primaire aanvraag is dus ingediend vóór 15 oktober 2014. Het oude beleid is dus van toepassing op de beoordeling van de aanvullende aanvraag die nu in geschil is. In het bestreden besluit legt verweerder uit dat het overgangsbeleid van het oude beleid naar het huidige beleid wordt toegepast. Het letsel van eiseres wordt ingedeeld in letselcategorie vijf van het huidige beleid. Bij de overgang van het oude beleid naar het huidige beleid werd bij de vaststelling van de nieuwe zes letselcategorieën bepaald dat de nieuwe letselcategorie vijf – als het gaat om de ernst van het letsel – gelijk staat aan de eerdere lestelcategorie zeven. Op basis van categorie zeven van het oude beleid komt verweerder tot een tegemoetkoming van een bedrag van € 8.000 euro.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder het overgangsbeleid, dat overigens in de beslissing op bezwaar is toegelicht en ook in paragraaf vijf van de Beleidsbundel is uitgewerkt, juist heeft toegepast. Het verschil tussen de bedragen (categorie zeven oud is een bedrag van € 8.000,- en categorie vijf van het huidige beleid een bedrag van € 20.000,-) wordt verklaard door het feit dat nu met all-in bedragen wordt gewerkt terwijl voorheen met gedifferentieerde bedragen werd gewerkt (zie rechtsoverweging 4.2.) en dat de indexering en het tijdsverloop maken dat de bedragen op basis van het huidige beleid hoger liggen dan de bedragen op basis van het oude beleid.
Hoogte van de tegemoetkoming
7. Omdat eiseres van mening is dat zij recht had op een hogere tegemoetkoming, namelijk een tegemoetkoming op basis van letselcategorie zes (€ 35.000,-), moet de rechtbank ook beoordelen of de verweerder het letsel in letselcategorie vijf van het huidige beleid (dus in categorie zeven van het oude beleid) heeft mogen indelen.
7.1.
Een tegemoetkoming op basis van letselcategorie zes vindt plaats wanneer sprake is van fysiek letsel met zeer grote of volledige en blijvende afhankelijkheid of wanneer sprake is van psychisch letsel en er een diagnose is door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose te stellen ten aanzien van psychisch letsel en de aanwezigheid van behandeltrajecten gedurende vele (minimaal vijf) jaren die leiden tot volledige en blijvende afhankelijkheid. Onder ‘afhankelijkheid’ wordt verstaan afhankelijkheid bij de algemene dagelijkse activiteiten. Algemene dagelijkse activiteiten zijn de dagelijks terugkerende basisverrichtingen op verschillende leefgebieden die passen bij een zelfstandig bestaan. Behalve de algemene dagelijkse activiteiten gaat het er ook om of iemand sociale contacten kan onderhouden. Bij alleen arbeidsongeschiktheid is er geen sprake van volledige afhankelijkheid. Bij volledige afhankelijkheid geldt een afhankelijkheid op alle levensdomeinen.
7.2.
Om aan te tonen dat aan de voorwaarden is voldaan om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming vastgesteld volgens letselcategorie zes, heeft eiseres medische informatie overgelegd. Onder andere is door eiseres verwezen naar het behandelplan van SGGZ van 8 september 2023, waaruit de diagnose PTSS volgt en waarin een psychotische stoornis wordt vastgesteld. Verweerder heeft de medische stukken voorgelegd aan een medisch adviseur. Deze adviseur komt tot de conclusie dat sprake is van gedeeltelijke afhankelijkheid, die veroorzaakt wordt door psychische aandoeningen. Verweerder neemt dit advies over.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen hogere tegemoetkoming zal ontvangen. Eiseres krijgt ook het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. C. Hofman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
In het eerste besluit een bedrag van € 6.098,-, waarvan € 1.598,- voor de vergoeding van financiële schade en € 4.500,- voor de vergoeding van immateriële schade.
In de beslissing op bezwaar nog € 1.947,-, geheel voor de vergoeding van financiële schade.
Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Uit de Beleidsbundel van 1 juli 2024.
Uit de Beleidsbundel van 18 maart 2014.