Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:13984
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
930 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5325
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 13 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022.
Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verzoeker heeft op 13 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022. De rechtbank stelt vast dat verweerder de asielaanvraag van verzoeker echter al op 4 oktober 2023 heeft ingewilligd. Verzoeker had in zoverre geen procesbelang bij het beroep.
3. Verzoeker stelt dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen terecht is ingediend, omdat hij niet wist dat er al een besluit was genomen. De inwilligende beschikking is volgens hem naar een ander advocatenkantoor verzonden door verweerder. Verzoekers vorige gemachtigde heeft op 31 augustus 2023 nog correcties en aanvullingen op het nader gehoor ingediend. Verweerder heeft vervolgens het inwilligend besluit naar diezelfde gemachtigde verzonden op 4 oktober 2023.
4. De rechtbank merkt bovendien op dat verzoeker op 11 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis heeft ingediend. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder het besluit naar een onjuist adres heeft verzonden dan wel dat verzoeker niet wist dat op zijn asielaanvraag al inwilligend was beslist.
5. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard, als verzoeker het beroep niet had ingetrokken, wegens het gebrek aan procesbelang. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Algemene wet bestuursrecht.