Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:13945
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
898 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30670
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. W. van Hoof).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het bezwaar tegen het besluit van 8 juli 2024, waarin de minister de aanvraag voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] ’ heeft afgewezen. Ook heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd.
1.1.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister. Verzoeker heeft op 2 augustus 2024 de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen hangende dat bezwaar.
1.2.
De minister heeft op 14 maart 2025 beslist op het bezwaar en het bezwaar ongegrond verklaard.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft/hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als tegen een
besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat
vereist (zie artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht). Een verzoek om een voorlopige voorziening is dus alleen ontvankelijk als er ook bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld tegen het besluit. Dat is het zogenoemde connexiteitsvereiste.
2.1.
Verzoeker heeft zijn verzoek om een voorlopige voorziening
ingediend hangende de bezwaarprocedure. Nog voordat de voorzieningenrechter op dit verzoek heeft beslist, heeft de minister op 14 maart 2025 een besluit op het bezwaar van verzoeker genomen.
2.2.
De gemachtigde van verzoeker heeft op 4 april 2025 laten weten tot op heden geen reactie van verzoeker te hebben ontvangen. De gemachtigde heeft geen toestemming van verzoeker om het verzoek in te trekken.
2.3.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tegen het besluit van 14 maart 2025 geen beroep heeft ingesteld. Verzoekster voldoet dus niet aan het connexiteitsvereiste.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025 door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
25 april 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.