Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2025:13760
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,687 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Team Handel
Zaaknummer: C/09/641125 / HA ZA 23-55
Vonnis van 30 april 2025
in de zaak van
[eiser] te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: ‘ [eiser] ’,
advocaat: mr. D.T. Mensinga,
tegen
[bewindvoerder]
te Den Haag in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [gedaagde] ,
gedaagde,
hierna respectievelijk te noemen: ‘de bewindvoerder’ en ‘ [gedaagde] ’,
advocaat: mr. R. le Grand
1Het verdere procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 5 februari 2025;
het bericht van de deskundige aan de rechtbank van 21 maart 2025;
de akte uitlaten van [eiser] van 9 april 2025, zonder producties;
de akte uitlaten van de bewindvoerder van 9 april 2025, zonder producties.
2De verdere beoordeling
2.1.
De rechtbank blijft bij dat wat in het tussenvonnis van 5 februari 2025 is overwogen en bouwt daarop voort.
2.2.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank drs. G. Rooijackers RC RV benoemd als deskundige en overwogen dat zal worden beslist over de vraagstelling en het te betalen voorschot voor het honorarium voor de werkzaamheden van de deskundige, nadat de deskundige en partijen zich over dit een en ander hebben uitgelaten.
2.3.
Op 21 maart 2025 heeft de deskundige na het houden van een regie-overleg met partijen een voorstel voor een (definitief) plan van aanpak met kostenbegroting en vraagstelling bij de rechtbank ingediend, inclusief het commentaar dat partijen hebben geleverd op het concept hiervan van 14 maart 2025.
2.4.
De rechtbank heeft partijen gelegenheid gegeven zich uit te laten over voornoemd voorstel van de deskundige. Partijen hebben hiermee ingestemd.
Plan van aanpak
2.5.
Partijen kunnen zich verenigen met het door de deskundige uitgewerkte plan van aanpak en de rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen. De rechtbank zal dan ook vaststellen dat de deskundige zijn onderzoek dient uit te voeren conform het plan van aanpak van 21 maart 2025, dat aan dit vonnis is gehecht.
2.6.
De deskundige heeft de doorlooptijd van het onderzoek geschat op circa 6 maanden en heeft daarbij vermeld dat dit op voorhand niet goed te plannen is, omdat dit in de praktijk afhankelijk is van de benodigde doorlooptijd van een vermoedelijke taxatie (inclusief offertetraject) en termijnen voor hoor en wederhoor. De rechtbank zal een termijn van zes maanden vaststellen. Indien de deskundige blijkt dat verlenging van deze termijn nodig is, dient hij de rechtbank en partijen hier zo spoedig mogelijk over te informeren.
De vraagstelling
2.7.
Nu geen bezwaren zijn geuit tegen de voorgestelde vragen en ook de rechtbank van oordeel is dat de voorgestelde vragen adequaat zijn, zullen aan de deskundige deze vragen worden voorgelegd, door opname hiervan in het dictum.
Het voorschot
2.8.
De deskundige heeft het voorschot op zijn honorarium begroot op een bedrag van € 86.000 inclusief btw. In dit bedrag is begrepen een geschat bedrag voor de taxatie van € 24.200 inclusief btw.
2.9.
De rechtbank zal conform het verzoek van de deskundige bepalen dat de ten behoeve van de taxatie benodigde middelen uit het voorschot aan zijn kantoor zullen worden overgemaakt binnen 14 dagen na indiening door de deskundige van zijn verzoek daartoe aan het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak (‘LDR’), onder overlegging van de factuur van de taxateur.
2.10.
Partijen hebben geen bezwaren geuit tegen dit een en ander en het komt de rechtbank ook niet onredelijk voor. De rechtbank zal het voorschot voor de werkzaamheden van de deskundige derhalve vaststellen zoals omschreven in het dictum.
2.11.
De rechtbank heeft in het in het tussenvonnis van 5 februari 2025 (onder 4.8) bepaald dat het voorschot voor de kosten van de deskundige van de ervenrekening wordt betaald. Voor zover het saldo van de ervenrekening ontoereikend is ter voldoening van het voorschot van de deskundige (of ter voldoening van mogelijke onvoorziene kosten, zie de beslissing onder 3.8), dienen partijen ieder voor de helft bij te dragen in de betaling van het alsdan resterende bedrag.
2.12.
In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
stelt vast dat de deskundige zijn onderzoek zal uitvoeren conform het plan van aanpak van 21 maart 2025, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht;
3.2.
bepaalt dat de deskundige in het kader van het door hem te verrichten onderzoek de volgende vragen gemotiveerd dient te beantwoorden:
Bepaal de waarde van de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V., [bedrijfsnaam 2] B.V. en [bedrijfsnaam 3] B.V. (“de vennootschappen”) per peildatum 31 december 2024. Indien beide partijen een eensluidende visie hebben omtrent de waarde van bepaalde door de vennootschappen gehouden onroerende zaken per peildatum 31 december 2024, dan kunt u ter zake van de waarde van die onroerende zaken aansluiten bij de eensluidende visie van partijen en deze waarde betrekken in de waardering van de aandelen.
Heeft u overige opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang kunnen zijn?
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op een bedrag van € 86.000 inclusief btw;
3.4.
bepaalt dat het voorschot voor de kosten van de deskundige van de ervenrekening wordt betaald en dat partijen het voorschot derhalve vanaf die rekening moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het LDR;
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot en dat de deskundige zijn werkzaamheden pas zal aanvangen nadat de griffier dit aan hem heeft bevestigd;
3.6.
bepaalt dat de deskundige de factuur van de taxatie als bedoeld onder 2.8 en 2.9 bij het LDR kan indienen, ter uitbetaling aan het kantoor van de deskundige vanuit het onder 3.3 genoemde te deponeren voorschot, nog voordat het deskundigenrapport is opgeleverd;
3.7.
bepaalt dat de deskundige de rechtbank zal verzoeken om vaststelling van een nader voorschot indien en zodra hem in de loop van het onderzoek blijkt dat dit meer gaat kosten dan oorspronkelijk begroot;
3.8.
bepaalt dat, indien sprake is van onvoorziene kosten, de deskundige partijen hierover voor zover mogelijk van tevoren informeert en dat de deskundige deze kosten onder overlegging van de onderliggende facturen van derden separaat bij partijen kan indienen, waarna zij ieder voor de helft dienen bij te dragen in de betaling van deze kosten althans in overleg dienen zorg te dragen voor betaling vanaf de ervenrekening;
3.9.
bepaalt dat partijen ieder voor de helft dienen bij te dragen in de betaling van het voorschot voor de deskundige (3.4) of de betaling van mogelijke onvoorziene kosten (3.8) voor zover het saldo van de ervenrekening daartoe ontoereikend is;
het onderzoek
3.10.
bepaalt dat [eiser] , voor zover dat nog niet is gebeurd, binnen twee weken na afgifte van dit vonnis een afschrift van het volledige procesdossier inclusief producties aan de deskundige moet doen toekomen;
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
hij voor aanvang van het onderzoek moet kennisnemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
hij het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
3.12.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats en dat hij in zijn rapport zal vermelden op welke wijze hij partijen conform het plan van aanpak in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen alsmede of van die gelegenheid gebruik is gemaakt en zo ja, wat dergelijke opmerkingen en verzoeken hebben ingehouden;
3.13.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien hij daarom vraagt, hem toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen en hem ook voor het overige gelegenheid moeten geven tot het verrichten van het onderzoek;
het schriftelijk rapport
3.14.
bepaalt dat de deskundige zijn schriftelijke en gemotiveerde rapportage uiterlijk zes maanden nadat de griffier heeft meegedeeld dat het voorschot is voldaan, in drievoud zal doen toekomen aan de civiele griffie van deze rechtbank (postbus 20302, 2500 EH Den Haag), met vermelding van het zaak- en rolnummer van deze zaak;
3.15.
bepaalt dat de griffier een afschrift van dit vonnis aan de deskundige zal zenden;
3.16.
bepaalt dat twee weken nadat de definitieve deskundigenrapportage bij de griffie van deze rechtbank is ingeleverd en nadat de griffier exemplaren daarvan heeft toegezonden aan partijen, de zaak op de rol wordt gebracht voor uitlaten partijen over de voortgang van deze procedure;
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2015.
Type: 2513.