Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:13750
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,046 tokens
Inleiding
RECHTBANK Den Haag
Team Handel
Zaaknummer: C/09/641125 / HA ZA 23-55
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
[eiser]
te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: ‘ [eiser] ’,
advocaat: mr. D.T. Mensinga,
tegen
[bewindvoerder]
te Den Haag
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [gedaagde],
gedaagde,
hierna respectievelijk te noemen: ‘de bewindvoerder’ en ‘ [gedaagde] ’,
advocaat: mr. R. Le Grand.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 10 januari 2023, met producties 1 tot en met 19;
de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van 1 maart 2023, met producties 1 tot en met 22;
de akte schorsing en hervatting van het geding ex artikelen 225 lid 1 sub c en 227 lid 1 Rv namens de bewindvoerder van 6 september 2023, met producties 23 en 24;
de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging van eis van 11 september 2024, met producties 20 tot en met 27;
de akte inzake schorsing en hervatting (genoegzaamheid akte schorsing) namens [eiser] van 20 september 2023, zonder producties;
het tussenvonnis van 2 oktober 2024, waarin een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald;
de akte overleggen nadere producties tevens wijziging van eis namens [eiser] van 8 januari 2025, met producties 28 tot en met 35;
de akte houdende vermeerdering en wijziging eis in reconventie van de bewindvoerder van 8 januari 2025, met producties 23a tot en met 28;
het B8-formulier van de bewindvoerder van 8 januari 2025, met productie 29;
het bericht van de rechtbank van 16 december 2024, waarin partijen gelegenheid hebben gekregen tijdens de zitting hun standpunten toe te lichten aan de hand van spreekaantekeningen en de bewindvoerder is verzocht om bij akte te reageren op de eiswijziging van [eiser] ;
de akte uitlaten van de bewindvoerder inzake eiswijziging [eiser] met betrekking tot de overbedelingsvordering van 8 januari 2025, zonder producties;
de e-mail namens de bewindvoerder van 21 januari 2025;
de e-mail namens [eiser] van 24 januari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 januari 2025. Daarbij zijn de vorderingen, mede onder overlegging van spreekaantekeningen door beide partijen, met partijen en hun advocaten besproken. Van dat wat partijen en hun advocaten tijdens de zitting naar voren hebben gebracht is geen proces-verbaal opgemaakt. Wel zijn zittingsaantekeningen gemaakt.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen, voor wat betreft de bewindvoerder onder voorbehoud van goedkeuring van de kantonrechter, ten aanzien van een deel van het geschil een regeling getroffen. Deze regeling is vastgelegd in een proces-verbaal. Partijen procederen voor het overige door.
1.4.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
Feiten
Inleiding
2.1.
Deze procedure heeft betrekking op de verdeling van de nalatenschap van [naam 1] (‘erflater’) tussen zijn 77-jarige zoon ( [eiser] ) en zijn 79-jarige dochter ( [gedaagde] ).
2.2.
Een deel van de nalatenschap bestaat uit (de aandelen in) drie (vastgoed)vennootschappen, te weten [bedrijfsnaam 1] B.V., [bedrijfsnaam 2] B.V. en [bedrijfsnaam 3] B.V. (hierna ook ‘de [vennootschappen] ’).
2.3.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling van 8 januari 2024 onder meer vastgesteld dat deskundigenonderzoek moet worden verricht naar de waarde in het economisch verkeer van (de aandelen in) de [vennootschappen] . Omdat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht dat zij voortvarend te werk te willen gaan, zal de rechtbank zich bij de feiten in dit vonnis beperken tot een korte weergave van de feiten die relevant zijn voor (de benoeming van een deskundige in het kader van) voornoemd deskundigenonderzoek.
De verdeling van de drie [vennootschappen]
2.4.
Erflater is overleden op 5 oktober 2010.
2.5.
[eiser] en [gedaagde] zijn ieder voor de helft erfgenaam in de nalatenschap van erflater.
2.6.
Erflater was op het moment van overlijden gehuwd met mevrouw [naam 2] , de stiefmoeder van [eiser] en [gedaagde] (‘ [naam 2] ’). Erflater heeft in zijn testament onder meer een recht van vruchtgebruik van zijn nalatenschap nagelaten aan [naam 2] , die dit recht van vruchtgebruik heeft aanvaard. Het recht van vruchtgebruik is vervolgens geëindigd op het moment van het overlijden van [naam 2] op 1 januari 2021.
2.7.
Het vermogen van [gedaagde] , althans haar aandeel in de nalatenschap van erflater, is onder bewind gesteld. In eerste instantie waren haar twee dochters aangesteld als bewindvoerder. Op 30 juni 2023, na het uitbrengen van de dagvaarding in deze procedure, is de heer [naam 3] aangesteld als bewindvoerder van [gedaagde] (in plaats van haar dochters).
2.8.
Partijen zijn in geschil geraakt over de verdeling van de nalatenschap.
2.9.
[eiser] wil (het aandeel van [gedaagde] in) de [vennootschappen] verwerven. [eiser] heeft drs. [naam 4] RA RV (‘ [naam 4] ’) bij [bedrijfsnaam 4] B.V. (‘ [bedrijfsnaam 4] ’) verzocht hem te adviseren over de waardering van de aandelen in de [vennootschappen] . Daarnaast heeft hij [bedrijfsnaam 5] B.V. (‘ [bedrijfsnaam 5] ’) opdracht gegeven individuele onroerend goed objecten in de vennootschappen te taxeren. [bedrijfsnaam 5] (althans de heer [naam 5] en Taxatiebureau Nederland B.V.) heeft taxatierapporten opgesteld met waardepeildatum 9 oktober 2023.
2.10.
Op 24 november 2023 heeft [eiser] aan de bewindvoerder geschreven dat hij (100% van de aandelen in) de [vennootschappen] gezamenlijk waardeert op een bedrag van € 10.500.000 en voorgesteld het aandeel van [gedaagde] over te nemen voor € 5.750.000.
2.11.
Collegium Corporate Finance and Valuation Advisors B.V. (‘Collegium’) althans de heer [naam 6] MRICS RT (‘ [naam 6] ’), ingeschakeld als taxateur, heeft in opdracht van de bewindvoerder een waarderingsrapport van de [vennootschappen] opgesteld per 31 december 2023. Collegium concludeert in het rapport van 21 maart 2024 tot:
i) een totale ondernemingswaarde van de drie [vennootschappen] van € 29.780.000 (doorexploiteerscenario) en € 31.540.000 (uitpondscenario) en;
ii) een aandeelhouderswaarde ter hoogte van € 23.940.000 (doorexploiteerscenario) en € 25.700.000 (uitpondscenario).
Een aandelenbelang van 50% in de [vennootschappen] vertegenwoordigt op deze basis een waarde van € 11.970.000 respectievelijk € 12.850.000, aldus Collegium.
2.12.
De bewindvoerder heeft het voorstel van [eiser] van 24 november 2023 afgewezen.
2.13.
Op 9 september 2024 heeft [naam 4] op verzoek van [eiser] een toelichting gegeven op zijn bevindingen over de waardering van de aandelen in de [vennootschappen] . [naam 4] heeft in zijn brief verwezen naar een financieel Excelmodel dat hij heeft opgesteld en onder meer het volgende geschreven: “het excel-model gaf (…):
een “Benaderde aandelenwaarde per 31-12-2023 bij doorexploitatie” van EUR 12.752.344
een “Benaderde boekwaarde Eigen Vermogen na verwerking (her)taxaties oktober 2023” van EUR 15.680.123 (met als uitgangspunt een totale taxatiewaarde van de individuele objecten ad EUR 21.217.666).”
Uit de brief van [naam 4] volgt dat taxateurs [naam 5] en [naam 6] overleg hebben gehad over de taxatieverschillen. [naam 4] heeft geschreven dat volgens de taxateurs al met al een taxatieverschil resteert van € 6.140.000. Dit bedrag ziet op vier objecten, te weten Geestbrugkade 32/37 (verschil van € 880.000), Generaal Spoorlaan 491/589a (verschil van € 4.315.000), Herenstraat / Ruysdaelplein (verschil van € 610.000) en Elzenlaan 31 (verschil van € 335.000).
Geschil
in conventie
3.1.
[eiser] vordert na eiswijziging, eisvermeerdering en nadat partijen (voor wat betreft de bewindvoerder onder voorbehoud van goedkeuring van de kantonrechter) ter zitting een regeling hebben getroffen ten aanzien van de vorderingen met betrekking tot de STAK en de lemsteraak, samengevat, dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
[gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 97.585,31, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 september 2023 althans 11 september 2024;
primair bepaalt dat (een deel van) het aandeel van [gedaagde] in de [vennootschappen] wordt toegedeeld aan [eiser] onder de voorwaarden zoals voorgesteld op 24 november 2023 (productie 24 bij de dagvaarding), waaronder een financieringsvoorbehoud van 8 weken en een prijs van € 5.750.000 (althans een deel daarvan afhankelijk van welk deel aan [eiser] wordt toebedeeld);
subsidiair ten aanzien van het deel dat [eiser] niet krijgt toegedeeld naar aanleiding van toewijzing van de primaire vordering:
een of twee deskundige(n) benoemt ter waardering van het vastgoed binnen de [vennootschappen] en een of twee deskundige(n) benoemt ter waardering van de aandelen in de [vennootschappen] ;
de verdeling van de [vennootschappen] bepaalt dan wel vaststelt als overwogen onder randnummers 66 tot en met 71 van de dagvaarding, de aandelen / het vastgoed binnen de drie [vennootschappen] zoveel als mogelijk toedeelt aan [eiser] , waarvoor [eiser] [gedaagde] betaalt, en indien [eiser] niet volledig krijgt toegedeeld, met betrekking tot de aandelen dan wel de vermogensobjecten in de vennootschappen volledig of deels (afhankelijk van de vraag of [eiser] een deel alsnog verwerft) bepaalt dat deze aan een derde worden verkocht, waarbij de bewindvoerder moet meewerken aan de waardering van het vastgoed en waardering van de aandelen conform de eerder door [bedrijfsnaam 5] en [bedrijfsnaam 4] gehanteerde waarderingsmethode, waaronder de uitgangspunten genoemd in de brief van [bedrijfsnaam 4] (productie 26 bij de dagvaarding);
partijen na vaststelling van de waardering 4 weken de gelegenheid geeft voor overleg over een door [eiser] aan [gedaagde] te betalen bedrag in het kader van de toedeling en als partijen niet onderling tot een bedrag komen, bepaalt dat de gedane waardering van de aandelen en daarmee het te betalen bedrag bindend wordt en [eiser] (8 weken) in de gelegenheid stelt de aandelen althans het aandeel van [gedaagde] of een deel daarvan toegedeeld te krijgen en in dat kader ruimte krijgt ter verkrijging van financiering, bij gebreke waarvan partijen het aandeel van [gedaagde] gezamenlijk verkopen aan een derde voor minstens het door de deskundige gewaardeerde bedrag en tegen het hoogste bod en het onverdeelde aandeel van [eiser] wordt toebedeeld aan [eiser] althans hij hiervan eigenaar blijft;
een makelaar in Frankrijk benoemt dan wel aanstelt ter waardering, toedeling aan [gedaagde] althans verkoop aan een derde met het hoogste bod daarop en levering van dit onroerend goed aan [gedaagde] of een derde met het hoogste bod daarop:
1. primair het onroerend goed in Frankrijk toedeelt aan [gedaagde] onder betaling van de helft van de prijs waartegen het is gewaardeerd (eventueel middels verrekening):
- binnen 4 weken na vaststelling van de waardering;
- onder de verplichting dat als [gedaagde] en/of haar rechtsopvolgers onder algemene titel het betreffende onroerend goed binnen 5 jaar na verkrijging dan wel toedeling volledig of deels verkoopt dan wel verkopen aan een derde, [eiser] recht heeft op 50% van de verkoopopbrengst minus kosten;
2. subsidiair bepaalt dat het onroerend goed moet worden verkocht en geleverd aan de partij(en) met het hoogste bod hierop, onder begeleiding van de te benoemen makelaar.
Een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met rente en kosten en met veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van alle noodzakelijke medewerking aan de verdeling in de ruimste zin des woords, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 500.000.
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen ten grondslag dat hij niet langer met [gedaagde] in een onverdeelde gemeenschap wil worden gehouden en dat de nalatenschap daarom in overeenstemming met zijn voorstel moet worden verdeeld.
in reconventie
3.3.
De bewindvoerder vordert, nadat partijen (voor wat betreft de bewindvoerder onder voorbehoud van goedkeuring van de kantonrechter) ter zitting een regeling hebben getroffen ten aanzien van de aanvankelijke vorderingen met betrekking tot de STAK en de lemsteraak, samengevat, dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
a. bepaalt en vaststelt dat de (partiële) verdeling van de nalatenschap (zoals die volgt uit de in randnummer 1.2 van de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie genoemde testamenten) en het (onverdeeld) aandeel van de twee erfgenamen plaatsvindt door:
verkoop en levering van de aandelen in de [vennootschappen] aan de partij(en) met het hoogste bod daarop, begeleid door Colliers of een van de overige zogenoemde ‘Big Four’ makelaarskantoren (Colliers, CBRE, Cushman & Wakefield of Capital Value) of een ander door de rechtbank te benoemen makelaarskantoor;
verkoop en levering van het onroerend goed in Frankrijk aan de partij(en) met het hoogste bod daarop, begeleid door een door de rechtbank te benoemen makelaarskantoor in Frankrijk,
[eiser] verplicht om binnen een door de rechtbank te bepalen termijn:
te betalen de helft van alle (toekomstige) kosten die zien op het onroerend goed in Frankrijk, waaronder het factuurbedrag van € 19.761,96;
alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan de verdeling en/of die niet te frustreren in de ruimste zin des woords, waaronder ook het verlenen van medewerking aan terugbetaling van de aandeelhouderslening van € 500.000 van [gedaagde] en [eiser] aan [bedrijfsnaam 2] B.V. of in ieder geval het deel van [gedaagde] van € 250.000 in die aandeelhouderslening;
een en ander met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in reconventie, te vermeerderen met (na)kosten en rente.
3.4.
De bewindvoerder legt aan de vorderingen ten grondslag dat van [gedaagde] evengoed niet langer kan worden gevergd dat zij deelgenoot blijft in de onverdeelde gemeenschap. Hoe eerder de vermogensbestanddelen worden verkocht en geleverd aan de partij(en) met het hoogste bod daarop, hoe eerder de wegen van partijen kunnen scheiden. Dit nog afgezien van het feit dat de kosten die gepaard gaan met het behoud van de (onverdeelde) vermogensbestanddelen van de nalatenschap onnodig blijven doorlopen.
in conventie en in reconventie
3.5.
Partijen voeren over en weer verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
4.1.
In verband met hun nauwe samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk worden behandeld.
4.2.
Zoals met partijen tijdens de zitting is besproken zal de rechtbank een deskundige benoemen voor de waardering van de [bedrijfsnaam 1] B.V., [bedrijfsnaam 2] B.V. en [bedrijfsnaam 3] B.V. per 31 december 2024.
4.3.
De rechtbank heeft drs. G. Rooijackers RC RV, werkzaam bij [bedrijfsnaam 6] , benaderd (‘Rooijackers’), met de vraag of hij in staat en bereid is een dergelijk deskundigenonderzoek uit te voeren.
4.4.
Rooijackers heeft de rechtbank laten weten dat het hem vrijstaat het deskundigenonderzoek te verrichten. Rooijackers heeft de doorlooptijd voor het onderzoek geschat op circa 6 maanden en heeft daarbij vermeld dat dit in de praktijk afhankelijk is van de benodigde doorlooptijd van een vermoedelijke taxatie (inclusief offertetraject) van de vastgoedportefeuille (en de aanlevering van daarvoor benodigde informatie), en termijnen voor hoor en wederhoor.
Aangezien het een aanzienlijke vastgoedportefeuille met een groot aantal objecten betreft, heeft Rooijackers voorgesteld om eerst, na ontvangst van de processtukken (inclusief de eerdere waarderingsrapporten), een regie-overleg te hebben met partijen, waarna Rooijackers een begroting van de te verwachten kosten (althans de hoogte van het voorschot) kan opstellen. Rooijackers heeft vermeld dat de noodzaak voor inschakeling door hem van een vastgoedtaxateur aannemelijk lijkt en dat hij het formuleren van de precieze opdracht en de mogelijke selectie van een taxateur graag eerst in gang zet nadat hij kennis heeft kunnen nemen van het procesdossier en na het verkrijgen van input van partijen.
4.5.
Bij e-mail van 20 januari 2025 heeft de rechtbank partijen bericht dat zij voornemens is Rooijackers te benoemen als deskundige en hen geïnformeerd over de hiervoor onder 4.4 weergegeven reactie van Rooijackers. De rechtbank heeft partijen geschreven dat, indien zij akkoord zijn met (benoeming van) Rooijackers, hij in een tussenvonnis zal worden benoemd en dat over de uiteindelijke vraagstelling en het door partijen te betalen voorschot op een later moment, te weten nadat Rooijackers het onder 4.4 bedoelde voorstel heeft ingediend, zal worden beslist. Gelet op de aard van de procedure heeft de rechtbank partijen voorts bericht dat zij van oordeel is dat beide partijen (het nog te begroten voorschot op) de kosten van het deskundigenonderzoek ieder bij helfte moeten voldoen.
4.6.
Partijen hebben gelegenheid gekregen zich over dit een en ander uit te laten.
4.7.
Zowel de bewindvoerder als [eiser] hebben zich akkoord verklaard met de benoeming van Rooijackers en met de voorgestelde gang van zaken. De bewindvoerder heeft daarbij nog gewezen op een uitspraak van de Ondernemingskamer van 20 juni 2023 in een procedure waarin ook Rooijackers tot deskundige is benoemd.
4.8.
De bewindvoerder heeft voorgesteld dat de rechtbank bepaalt dat de kosten van de deskundigen worden betaald door de boedel, vanaf de ervenrekening. [eiser] heeft zich hiertegen verzet. Hij stelt dat van deze ervenrekening al andere kosten worden betaald en dat niet zeker is of op de ervenrekening genoegd saldo staat om de kosten van de deskundige te kunnen betalen. Hierop heeft de bewindvoerder geschreven dat het saldo op de ervenrekening regelmatig wordt aangevuld. De rechtbank zal bepalen dat het voorschot voor de kosten van de deskundige van de ervenrekening wordt betaald. De aandelen behoren nog tot de onverdeelde boedel en de kosten voor de waardering ervan komen dan ook voor rekening van de boedel. Op deze wijze dragen beide partijen ieder voor de helft bij in deze kosten.
De vraagstelling / inhoud van de opdracht
4.9.
De rechtbank zal Rooijackers de gelegenheid geven om na overleg met partijen een plan van aanpak, een begroting en een voorstel voor de vraagstelling aan de rechtbank te overleggen, waarna partijen zich nog hierover kunnen uitlaten. Aan de hand van het plan van aanpak, de begroting, het voorstel voor de vraagstelling en de reactie van partijen zal de rechtbank beslissen over de aan de deskundige voor te leggen vraagstelling en het voorschot.
Informatie ten behoeve van het onderzoek
4.10.
Het komt de rechtbank voor dat [eiser] in genoemd scenario de meest gerede partij is om Rooijackers te voorzien van een afschrift van het procesdossier.
4.11.
De deskundige krijgt de beschikking over alle stukken in het procesdossier en de rechtbank laat het aan de deskundige over om te beoordelen welke aanvullende gegevens en informatie hij voor zijn onderzoek noodzakelijk acht. De rechtbank zal daarom bepalen dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, waaronder de informatie die de deskundige nodig heeft om een plan van aanpak, een begroting en een voorstel voor de vraagstelling op te stellen.
4.12.
Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijk opmerkingen en verzoeken aan de deskundige stuurt, moet zij daarvan direct een kopie aan de wederpartij sturen.
Medewerkingsplicht
4.13.
Partijen zijn wettelijk verplicht mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven.
4.14.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige, waarbij de te beantwoorden vragen in een volgend vonnis zullen worden geformuleerd;
5.2.
benoemt tot deskundige:
Drs. G. Rooijackers RC RV
werkzaam bij [bedrijfsnaam 6]
[adres]
[postcode] [plaats]
Tel. [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]
e-mail: [e-mailadres]
5.3.
draagt de griffier op om een kopie van dit vonnis aan de deskundige te zenden;
5.4.
draagt [eiser] op om het procesdossier in afschrift aan de deskundige te zenden;
5.5.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, waaronder de informatie die de deskundige nodig heeft om een plan van aanpak, een begroting en een voorstel voor de vraagstelling op te stellen;
5.6.
draagt de deskundige op om, na overleg met partijen en kennisname van de stukken, binnen vier weken na de datum van dit vonnis of zoveel eerder als mogelijk een plan van aanpak, een begroting en een voorstel voor de vraagstelling in te dienen bij de griffie van de rechtbank (en in kopie aan partijen);
5.7.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 maart 2025 voor het indienen van een akte door partijen waarin zij reageren op het plan van aanpak, de begroting en de voorgestelde vraagstelling van de deskundige;
5.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.
Type: 2513