Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:13733
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,928 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/680695 / FA RK 25-1341
Datum beschikking: 07 maart 2025
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.
Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 12 februari 2025 ondertekende medische verklaring van Y.P. Welchen, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 31 januari 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 20 februari 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 07 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] , zorgverlener (VPK);
- [naam 2] , zorgverlener (SPV).
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Standpunt betrokkene
Betrokkene verzoekt de rechtbank om de gevraagde zorgmachtiging te verlenen voor maximaal een jaar. Betrokkene kan zich daar nog wel in vinden, ook al beschouwt hij zichzelf niet als geestelijk ziek. Hij zou liever geen medicatie gebruiken. Een zorgmachtiging voor de duur van twee jaren, zoals verzocht, biedt betrokkene geen perspectief. Een zorgmachtiging is al met al toch een behoorlijke inbreuk op de vrijheden van betrokkene. Twee jaar is voor betrokkene eindeloos lang. Het is geen prettig idee dat iemand kan afdwingen om je huis in te komen en te gaan bepalen wat goed voor je is, ook al heeft betrokkene in de praktijk weinig last van de zorgmachtiging. Het is niet proportioneel om betrokkene twee jaar lang een eventuele gedwongen opname boven het hoofd te laten hangen, temeer nu betrokkene momenteel stabiel is. Het is niet aannemelijk dat voor het monitoren van het depot twee jaar nodig is. Het de betrokkene besparen van de stress van een procedure tot het weer verlenen van een nieuwe aansluitende zorgmachtiging over een jaar is geen valide argument. Betrokkene ervaart daar helemaal geen stress van en heeft juist behoefte aan een rechterlijk toetsmoment over een jaar. Een rechterlijk toetsmoment over een jaar ligt nog eens extra in de rede omdat er een geheel nieuwe situatie is ontstaan, die uitzicht biedt op het vrijwillige zorgkader. Betrokkene is immers best tevreden over zijn huidige depot, waar hij in vergelijking met eerdere medicatie weinig nadelen of bijwerkingen van ondervindt, en werkt aan de toediening van het depot mee.
Betrokkene herkent zich op onderdelen niet in de door de GGZ geschetste zorgen. Betrokkene kan zich niets voorstellen bij de door de GGZ gevreesde agressie van en jegens Marokkaanse buurtbewoners, ook omdat betrokkene in zijn algemeenheid niet geneigd is tot fysieke agressie. Betrokkene is niet suïcidaal. De GGZ ziet het gebruik van cannabis als zorg, maar voor betrokkene is het een noodzakelijkheid om zijn tinnitus te kunnen verdragen en om te voorkomen dat de lucide dromen, waar hij in het verleden door werd geteisterd, in alle hevigheid terugkeren. De onafhankelijk psychiater acht betrokkene niet wilsbekwaam en merkt op dat het ziektebesef ontbreekt. Daar valt tegen in te brengen dat betrokkene heel goed weet dat hij psychische kwetsbaarheden heeft die voor problemen kunnen zorgen, ook al wijkt zijn belevingswereld van het gemiddelde af. Hij probeert in ieder geval naar mogelijkheden te zoeken om stabiel te blijven en mee te werken. Zo start hij binnenkort ook weer met zijn werk bij [instelling] . Alleen in periodes van decompensatie treedt er nadeel op. Die situatie doet zich nu niet voor omdat betrokkene stabiel is.
Betrokkene heeft tegen een aantal van de verzochte vormen van verplichte zorg uitdrukkelijk bezwaar. Zo wil hij niet bij wijze van medische controles (van de bloedspiegel) worden geprikt. De rechtbank wordt daarom primair verzocht deze vorm van verplichte zorg niet in de zorgmachtiging op te nemen en wordt subsidiair verzocht deze vorm alleen gedurende opname toe te staan. Er is geen grond om betrokkene bij het “aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen” te verhinderen gebruik te maken van zijn telefoon of hem die af te nemen. De rechtbank wordt gevraagd dat laatste niet toe te staan. Betrokkene heeft nog nooit misbruik gemaakt van zijn telefoon.
Voorts wordt de rechtbank verzocht “insluiten” en het daarmee samenhangende “uitoefenen van toezicht op betrokkene” niet in de zorgmachtiging op te nemen omdat niet voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg zullen moeten worden toegepast. Verder verzoekt betrokkene de rechtbank om ook “onderzoek aan kleding of lichaam”, “ onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” en “controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen” alleen gedurende opname toe te staan, omdat die vormen van zorg zich niet lenen voor toepassing in de thuissituatie. Tot slot wordt de rechtbank wordt verzocht om het “opnemen in een accommodatie en “beperken van de bewegingsvrijheid” te beperken in duur zodat betrokkene niet doorlopend en langdurig de dreiging van een gedwongen opname boven zijn hoofd heeft hangen.
Standpunt zorgverleners
De zorgverleners vragen de rechtbank de zorgmachtiging te verlenen voor de verzochte periode van twee jaar. Het jaarlijks verlengen van de zorgmachtiging is een stress veroorzakende factor voor betrokkene. Ook voor het volgen van het depot is het prettig dat de machtiging voor twee jaar wordt verleend.
Betrokkene heeft last van een chronische psychose. Hij is nooit psychosevrij, wat veel te maken heeft met de visie die hij aanhangt. Zijn cannabisgebruik wekt de psychose op en houdt die in stand. Zijn gebruik houdt hem vast in de psychose.
Er bestaat nadeel gelegen in maatschappelijke teloorgang, met het onvoldoende eten, zich isoleren en de financiën ongeregeld laten als signalen. In december 2024 geraakte betrokkene toenemend psychotisch. Het risico op suïcide kwam weer meer op de voorgrond te staan. De dreiging van agressie die, als betrokkene psychotisch is, uitgaat van en naar Marokkaanse buurtbewoners, speelde op. Er is toen ingegrepen met een opname. Betrokkene is gedurende deze opname op depotmedicatie ingesteld.
Het blijven gebruiken van medicatie is belangrijk, zeker zolang betrokkene cannabis blijft gebruiken. De medicatie wordt betrokkene al vele jaren onder toezicht aangeboden en inmiddels ontvangt betrokkene zijn medicatie in ambulant kader in depotvorm. Er zijn in ambulant kader wel eens urinecontroles gedaan. Betrokkene wordt gerespecteerd in zijn wens om niet ter controle te worden geprikt. De zorgverleners zouden graag wél bloedcontroles bij betrokkene willen verrichten. Het is een goede gezondheidscheck, ook vanwege het door de medicatie verhoogde risico op suikerziekte. Het moeten toepassen van separatie kunnen de zorgverleners op grond van de voorgeschiedenis helemaal uitsluiten.
Beoordeling
Op 19 maart 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 19 maart 2025.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan de psychische stoornis schizofrenie en een stoornis in gebruik van cannabis.
Uit de stukken volgt dat betrokkene zonder de bescherming van anti-psychotische medicatie gevoelig is om psychotisch te worden, temeer nog als hij ook nog overdadig cannabis gebruikt. Als betrokkene psychotisch is dan is hij verbaal agressief. Zo bedreigde hij de arts bij het opname gesprek in december 2024 op luide toon met de dood. Ook kan hij ambulant dreigend zijn naar vooral hulpverleners, zo is hij vorig jaar dreigend naar de GGZ locatie in Gouda gekomen om te eisen uitgeschreven te worden. Tijdens psychotische episodes uit betrokkene zich suïcidaal. Betrokkene is een aantal jaren geleden onder invloed van een psychose van het balkon gesprongen en heeft daar blijvend letsel aan overgehouden. Toen de politie op 24 december 2024 assisteerde bij het opnemen van betrokkene vroeg hij ze om hem dood te schieten. Betrokkene heeft tijdens psychotische episodes minder contact met zijn familie en komt niet toe aan zinvolle dagbesteding.
Gelet hierop en op de toelichting van de zorgverleners over het nadeel op de zitting komt de rechtbank tot het oordeel dat de stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
-maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Het risico dat betrokkene de inname van zijn medicatie staakt, staat momenteel relatief op de achtergrond. Betrokkene is ingesteld op depotmedicatie en laat zorg toe. Naar het oordeel van de rechtbank is niettemin gebleken dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, zodat verplichte zorg nodig is. De rechtbank neemt in aanmerking dat betrokkene, in weerwil van hetgeen zijn zorgverleners noodzakelijk vinden, wil stoppen met het gebruik van medicatie en doorgaan met het gebruik van cannabis. Betrokkene uit zich ambivalent over nut en noodzaak van de medicatie. De door cannabisgebruik en therapie-ontrouw ingeluide periodes van psychotische decompensatie, gaan gepaard met het afhouden van zorg en/of verbale dreiging naar zijn ambulante zorgverleners. Er is een reëel risico dat betrokkene zonder verplichting om zorg te accepteren bij de GGZ uit beeld raakt.
Vormen van verplichte zorg
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken en leiden de rechtbank tot het volgende oordeel over de gevraagde vormen van verplichte zorg.
De rechtbank acht de toepassing van “Insluiten”, “Uitoefenen van toezicht op betrokkene”, “Onderzoek aan kleding of lichaam”, “Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen” en “Beperken van het recht op het ontvangen van bezoek” niet voorzienbaar en wijst het verzoek in zoverre af.
De rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank acht de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Voormelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank volgt betrokkene niet in zijn wens om te bepalen dat het “aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, kan worden toegepast, met uitzondering van het gebruik van communicatiemiddelen”. Het is aan de zorgverleners om te bezien in hoeverre de onder deze vorm van verplichte zorg vallende onderdelen noodzakelijk zijn om ernstig nadeel van betrokkene te voorkomen.
Duur van zorgmachtiging
De rechtbank overweegt dat is voldaan aan de voor het verlenen van een zorgmachtiging voor de duur van 24 maanden geldende wettelijke voorwaarde dat de betrokkene langer dan vijf jaar aansluitend verplichte zorg heeft ontvangen. De wens en hoop van betrokkene om ooit eens van de zorgmachtiging te worden bevrijd is invoelbaar. Maar voorzienbaar is dat de gedwongen zorg de komende 24 maanden noodzakelijk zal blijven. De rechtbank heeft uit het gesprek op de zitting en de stukken geen aanwijzingen kunnen herleiden die aannemelijk maken dat de zorg binnen de termijn van twee jaar niet meer nodig zijn en betrokkene de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis zal accepteren. De rechtbank gunt betrokkene perspectief, maar ziet af van het hem bieden van een zinledig perspectief en zal de zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van 24 maanden.
Dictum
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 maart 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door B.M. Muller - Santana de Andrade als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 07 maart 2025.