Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:13714
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
456 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19765
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.T.C. Rebergen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 4 november 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag tot wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning in het verblijfsdoel ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van 19 mei 2023, zaaknummer NL21.19764, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Er is daarom geen voorlopige voorziening meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verzoekster krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.