Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:13464
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
994 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32089
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 28 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 23 juli 2025 het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak deze rechtbank en zittingsplaats van 7 juli 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 5 juli 2025, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 5 juli 2025.
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat het zicht op een gedwongen verwijdering, onafhankelijk van zijn wil, in casu niet langer aanwezig is. Hij is op 8 juli 2025 in persoon gepresenteerd aan de autoriteiten van Algerije. Hij heeft vernomen dat de consul niets voor hem kan doen, omdat hij geen documenten heeft. Een dergelijke mededeling heeft hij ook van DT&V vernomen.
5. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat zicht op uitzetting ontbreekt. De omstandigheid dat de presentatie van eiser aan de Algerijnse autoriteiten nog niet heeft geleid tot de afgifte van een lp, betekent niet dat niet langer zicht bestaat op uitzetting naar Algerije. Uit het verslag van de presentatie volgt dat eiser daar heeft verklaard dat hij niet terug wil keren naar Algerije en dat de diplomatiek vertegenwoordiger heeft aangegeven dat de lp-aanvraag in onderzoek blijft. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat eiser zijn volledige medewerking verleent aan zijn terugkeer naar Algerije, maar dat een concreet zicht op uitzetting binnen redelijke termijn desondanks ontbreekt.
6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.
ECLI:NL:RBDHA:2025:12181.
Dienst Terugkeer en Vertrek.
Laissez-passer.