Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:1331
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
453 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.821
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 7 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.820). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer: NL25.820), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht.