Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:13278
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,121 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13415
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres 1]
, V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres 1, [eiseres 2], V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres 2 en [eiser 1], V-nummer: [v-nummer 3] , eiser 1,
tezamen aangeduid als eisers,
(gemachtigde: mr. T. Neijzen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de gezamenlijke aanvraag van eisers voor het afgeven van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘nareis’.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 februari 2025 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eisers, M. Kurdi als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres 1 stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2004, eiseres 2 stelt te zijn geboren op [geboortedatum 2] 2007 en eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum 3] 2008. Eisers hebben de Jemenitische nationaliteit. Eisers hebben op 21 december 2021 een aanvraag voor een mvv ingediend omdat zij in Nederland willen verblijven bij hun meerderjarige broer, [referent] (referent). Referent heeft de Jemenitische nationaliteit en beschikt over een asielvergunning.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden voor nareis. Zo is de identiteit van eisers niet aannemelijk gemaakt en twijfelt verweerder aan de inhoudelijke juistheid van de overgelegde paspoorten, geboorteakten en het familieboekje. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat uit de overgelegde geboorteakten blijkt dat een van de broers niet is vermeld in het familieboekje, het familieboekje tardief is afgegeven, de geboorten van eisers pas na de afgifte van het familieboekje zijn geregistreerd en de paspoorten in december 2021 zijn afgegeven, terwijl de moeder van eisers heeft verklaard dat het gezin daarvoor legaal naar Egypte was gereisd. Ook heeft verweerder naar aanleiding van een OSINT-rapportage ernstige twijfels over de geboortedata van eisers.
Wat vinden eisers in beroep?
4. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit. Ten eerste menen eisers dat zij met het overleggen van de officiële Jemenitische paspoorten, geboorteakten en het familieboekje hun identiteit voldoende hebben aangetoond. Ten tweede twijfelt verweerder ten onrechte aan de echtheid van de overgelegde documenten en hecht hij in dit kader te veel waarde aan de verklaringen van eisers moeder en referent. Ook heeft verweerder facebook pagina’s in zijn onderzoek betrokken, terwijl eisers hebben aangegeven dat het niet hun profielen zijn. Tot slot heeft verweerder de hoorplicht in bezwaar geschonden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Identiteit en leeftijd
6. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat eisers hun identiteit, en daarmee ook hun gestelde leeftijden, niet aannemelijk hebben gemaakt. Het is in de eerste plaats aan de vreemdeling om zijn gestelde identiteit en de familierechtelijke relatie te staven. Dat kan door het overleggen van documenten waaruit zijn identiteit blijkt. Eisers hebben bij hun aanvraag weliswaar geboorteakten, kopieën van paspoorten en een familieboekje overgelegd, maar verweerder heeft terecht geconcludeerd dat hij niet kan vaststellen of de documenten inhoudelijk juist zijn. Verweerder heeft in dit kader terecht in zijn beoordeling betrokken dat het niet duidelijk is aan de hand van welke informatie of verklaringen het familieboekje in oktober 2020 is afgegeven, nu de geboorten van eisers pas op 5 november 2021 zijn geregistreerd, waarna de geboorteakten zijn afgegeven door de Jemenitische autoriteiten. Ten aanzien van de paspoorten heeft verweerder eisers erop kunnen wijzen dat zij en referent hierover tegenstrijdig hebben verklaard, nu referent heeft aangegeven dat eisers pas in november 2021 zijn geregistreerd bij de Jemenitische autoriteiten en daarvoor enkel in het familieboekje stonden. Het voorgaande komt niet overeen met de verklaring van de moeder van eisers, die heeft aangegeven dat zij in 2017 met het gezin legaal – en dus met een paspoort – naar Egypte is gereisd. Ten aanzien van het familieboekje heeft verweerder erop kunnen wijzen dat in het familieboekje zes kinderen vermeld staan, terwijl de moeder van eisers en eiseres 1 hebben verklaard dat zij nog een broer ( [broer] ) hebben. Ook heeft verweerder kunnen betrekken dat het onduidelijk is aan de hand van welke documenten het familieboekje is verkregen. Bovendien heeft verweerder in zijn beoordeling kunnen betrekken dat aan de hand van openbare bronnen er nog een andere zus in het gezin zou zijn en dat de geboortedata van eisers niet overeenkomen met overgelegde documenten.
6.1.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat er twijfel bestaat over de identiteit en leeftijd van eisers. Bovendien hebben eisers in beroep geen enkel objectief verifieerbaar document overgelegd om hun beroepsgronden te onderbouwen. Nu de identiteit van eisers niet is aangetoond heeft verweerder de aanvraag voor de afgifte een mvv mogen afwijzen.
Hoorplicht
7. Ten slotte is in geschil of verweerder heeft kunnen afzien van het horen in bezwaar. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres niet had hoeven horen. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftenprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. Verweerder mag slechts van het horen afzien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. Gelet op de motivering van het besluit en op hetgeen door eisers is aangevoerd in de bezwaarfase, heeft verweerder kunnen vaststellen dat er redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar ongegrond was. Eisers hebben in bezwaar geen objectief verifieerbare stukken overgelegd om hun identiteit nader te onderbouwen. Ook heeft de gemachtigde van eisers in bezwaar niet verduidelijkt wat eisers bij een eventueel nader gehoor nog hadden willen toelichten. Verweerder heeft daarom van het horen in de bezwaarfase mogen afzien.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Rapportage Digitaal Onderzoek.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.