Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:13240
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,531 tokens
Inleiding
Rechtbank den haag
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2321
Zaaknummer: C/09/682588
Gezagsuitoefening
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak
gedaan op de zitting van 22 april 2025 – met gesloten deuren gehouden – van het op 27 maart 2025 ingediende verzoekschrift van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.D. Bakker te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.K. de Menthon Bake te ’s-Gravenhage.
Zitting heeft mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G.J. Konings als griffier.
Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er ter zitting is besproken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
De gronden van de beslissing
De moeder verzoekt – kort weergegeven – aan haar vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige dochter van partijen ( [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ) in te schrijven bij de [school 1] aan de [adres 1] te [plaats] . Daarnaast verzoekt de moeder voorwaardelijk – ingeval haar verzoek om vervangende toestemming betreffende de schoolinschrijving niet wordt toegewezen – om wijziging van de huidige zorgregeling.
De vader voert daartegen verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig – kort weergegeven – aan hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] in te schrijven op de [school 2] aan de [adres 2] in [plaats] , dan wel, indien dat de voorkeur van de moeder geniet, op de [school 3] School, gevestigd aan de [adres 3] in [plaats] .
De rechtbank stelt voorop dat volgens artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek
in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.
De rechtbank heeft ter zitting een vergelijk tussen de ouders beproefd. De ouders zijn niet tot overeenstemming gekomen. De rechtbank zal dus – met inachtneming van de belangen van [de minderjarige] – op het verzoek beslissen.
De rechtbank stelt voorop dat zij op objectieve gronden een beslissing moet nemen, omdat de rechtbank [de minderjarige] niet persoonlijk kent en daarnaast ook geen kennis heeft van de opvoedstijl en opvoedvoorkeuren van de beide ouders.
Op grond van de stukken en dat wat op de zitting is besproken acht de rechtbank inschrijving van [de minderjarige] op de [school 1] het meest in haar belang.
De rechtbank neemt hierbij het volgende in overweging. [de minderjarige] kent deze school al via haar halfzus [de halfzus] en ook heeft [de minderjarige] al een wendag op deze school meegemaakt.
Hoewel ten aanzien van de kwaliteit van de [school 1] geen onderbouwing is overgelegd, heeft de moeder op de zitting onweersproken gesteld dat uitstroomscore (score groep 8 leerlingen) hoog is. Dat deze score over acht jaar (wanneer [de minderjarige] in groep 8 zit) slechter zou zijn, zoals door de vader betoogd, is niet onderbouwd en daarvoor ontbreken nu aanwijzingen. Ten aanzien van de bereikbaarheid van de [school 1] en de door de vader gewenste basisscholen neemt de rechtbank in overweging dat de moeder, in tegenstelling tot de vader, niet een auto tot haar beschikking heeft en voor het reizen dus is aangewezen op het openbaar vervoer. Ingeval [de minderjarige] op één van de door de vader gewenste scholen zou worden ingeschreven, krijgen de moeder en [de minderjarige] te maken met langere reistijd (inclusief overstap) met de bus. De [school 1] daarentegen is voor de moeder op loopafstand. Daarbij komt dat de moeder tegen praktische problemen zal aanlopen als [de minderjarige] niet naar de [school 1] gaat, omdat haar beide dochters dan naar verschillende basisscholen gaan en de moeder de meisjes dus op verschillen locaties moet brengen/ophalen. Ook in geval van gelijktijdige activiteiten op de scholen waar de moeder bij aanwezig wil zijn, zal de moeder (mogelijk) een keuze moeten maken tussen beide dochters, wat niet wenselijk is.
Het verzoek van de moeder zal daarom worden toegewezen en het verzoek van de vader zal worden afgewezen.
Omdat het primaire verzoek van de moeder wordt toegewezen, hoeft de rechtbank niet meer te beslissen op het voorwaardelijke verzoek van de moeder betreffende de zorgregeling.
Nu deze procedure van familierechtelijke aard is, zullen de kosten tussen de ouders worden gecompenseerd op de wijze zoals hierna vermeld.
Dictum
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, om de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te ’s-Gravenhage, in te schrijven bij de [school 1] aan de [adres 1] te [plaats] ;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 25 april 2025.
Waarvan proces-verbaal.