Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:13118
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,998 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3375
Zaaknummer: C/09/666203
Datum beschikking: 25 maart 2025
Ontkenning vaderschap
Beschikking op het op 10 mei 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. G. Alkilic te [geboorteplaats 1] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland.
[de minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ,
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.B. Brouwer, advocaat te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verslag van de bijzondere curator van 11 oktober 2024.
De processtukken zijn toegestuurd aan het laatst bekende adres van de man in Turkije, voorzien van een vertaling. Deze stukken zijn echter retour ontvangen door de rechtbank. Gelet hierop is de man openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 24 februari 2025 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 31 december 2024. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot:
gegrondverklaring van de ontkenning door de man van het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige;
benoeming van een bijzondere curator over de minderjarige.
De bijzondere curator heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek van de vrouw en verzoekt zelfstandig om namens de minderjarige over te gaan tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de man.
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2021 te [land] , welk huwelijk op 21 november 2023 is ontbonden door het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak van de familierechtbank te Çerkezköy, Turkije van 27 oktober 2023.
- Gedurende het huwelijk is [de minderjarige] geboren.
- De man heeft de Turkse nationaliteit.
- De vrouw heeft sinds 30 maart 2010 de Bulgaarse en de Turkse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juni 2024 is mr. M.B. Brouwer voornoemd benoemd tot bijzondere curator om [de minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de moeder de gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe op grond van artikel 3, aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 10:93 in samenhang met artikel 10:92 van het Burgerlijk Wetboek (BW), past de rechtbank Turks recht toe op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de juridische vader.
Op grond van artikel 285 van het Turks Burgerlijk Wetboek (TBW) is de echtgenoot de vader van het kind dat gedurende het huwelijk of binnen driehonderd dagen na beëindiging van het huwelijk is geboren. Artikel 286 TBW biedt alleen de juridische vader en het kind de mogelijkheid om een verzoek tot ontkenning van het vaderschap te doen. Voor de moeder bestaat deze mogelijkheid op grond van Turks recht niet, waardoor de moeder niet in haar verzoek zou kunnen worden ontvangen.
Op grond van artikel 10:6 BW wordt vreemd recht niet toegepast voor zover de toepassing ervan kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. De Nederlandse wet, alsook de in Nederland algemeen aanvaarde fundamentele waarden en normen, brengen mee dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben en gelijk behandeld moeten worden. Toepassing van de Turkse wet, waarbij de moeder (anders dan, in voorkomend geval, de juridische vader) niet in haar verzoek kan worden ontvangen, levert daarom strijd op met de Nederlandse openbare orde. Hieruit volgt dat toepassing van de Turkse wet achterwege moet blijven.
Wel heeft als uitgangspunt te gelden dat de grote verscheidenheid aan waarden en normen in de verschillende rechtsstelsels zoveel mogelijk moet worden gerespecteerd. Dat leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat bij toepassing van de openbare orde-exceptie de inbreuk op de toepasselijkheid van het buitenlandse recht zo beperkt mogelijk moet worden gehouden. De rechtbank zal daarom de ontstane lacune over de ontvankelijkheid van de moeder opvullen en daarvoor aansluiten bij het Nederlandse recht. Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de juridische vader zal daarom inhoudelijk met inachtneming van het Turkse recht worden beoordeeld.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:200 lid 1 sub a en lid 5 BW is de moeder bevoegd om binnen één jaar na de geboorte van het kind een verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap te doen. Het verzoek dateert van 10 mei 2024 en de minderjarige is geboren op [geboortedatum 1] 2023. De vrouw is daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere curator namens [de minderjarige] op grond van artikel 1:200 zesde lid BW wel ontvankelijk is in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over [de minderjarige] .
Beoordeling
Op grond van artikel 1:200 eerste lid BW kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
Uit de stukken is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is. De vrouw heeft aangevoerd dat zij binnen twee maanden na het huwelijk met de man, aldus in oktober 2021, naar Nederland is gekomen. Zij heeft hier een affectieve relatie gekregen met de heer [naam] . Zij is daarop een echtscheidingsprocedure in Turkije gestart. Voordat de echtscheiding tussen de man en de vrouw is uitgesproken, is de vrouw bevallen van [de minderjarige] . Uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek van via Verilabs blijkt dat met meer dan 99,99% zekerheid is aangetoond dat de heer [naam] de verwekker is van [de minderjarige] .
Nu niet is gebleken van feiten die het mogelijk maken dat de juridische vader de biologische vader van de minderjarige is, kan het verzoek tot ontkenning van het vaderschap worden toegewezen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Dictum
De rechtbank:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap;
verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
- [de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland 1] ;
over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] ;
uit:
- [de vrouw] , geboren op [geboortedatum 3] 1997 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland 2] ;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.M. Vingerling, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 25 maart 2025.