Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:12896
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,521 tokens
Inleiding
RECHTBANK
DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
MvD (B/C)
Zaaknummer / rekestnummer: 11512465 \ EJ VERZ 25-80320
Beschikking van 2 april 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. R.J. Michielsen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE FIETSENWACHT B.V.,
gevestigd te Leiden,
verwerende partij,
hierna te noemen: De Fietsenwacht,
gemachtigde: [naam 1] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie op 22 januari 2025,
- het e-mailbericht van 14 februari 2025 met bijlagen, zijdens De Fietsenwacht,
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De gemachtigde van De Fietsenwacht heeft pleitaantekeningen overgelegd,
- e-mailbericht van 27 februari 2025 zijdens [verzoekster] ,
- een e-mailbericht van 28 februari 2025 zijdens De Fietsenwacht,
- een e-mailbericht van 3 maart 2025 zijdens [verzoekster] .
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 2001, is sinds 9 juli 2024 in dienst bij De Fietsenwacht. De functie van [verzoekster] is telefoniste/receptioniste met een loon van € 2.308,81 bruto per maand.
2.2.
De Fietsenwacht heeft het volgende document in het geding gebracht:
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]
2.3.
[verzoekster] heeft op zaterdag 30 november 2024 een e-mailbericht van De Fietsenwacht ontvangen waarin het volgende is opgenomen:
“Beste [verzoekster] ,
Hierbij willen wij aangeven dat je niet door je proeftijd heen komt.
Wij wensen je veel succes met je verdere loopbaan.”
2.4.
Verder is in een e-mailbericht van 30 november 2024 van De Fietsenwacht aan [verzoekster] opgenomen:
“Beste [verzoekster] ,
Ik wens niet in gesprek te gaan.
Hierbij geef ik ook aan dat je niet meer welkom bent op kantoor”.
2.5.
[verzoekster] heeft daarop diezelfde dag gereageerd met:
“Wij gaan praten [naam 2]
Wij moeten praten”.
2.6.
Daarna, ook op dezelfde dag, heeft De Fietsenwacht aan [verzoekster] gemaild:
“Beste [verzoekster] ,
Ik hoop dat ik duidelijk ben.
Fatsoenlijk gesprek zit er van jou kant niet in. Dus hierbij gaan wij geen gesprek voeren.
Veel succes verder”.
3. Het verzoek en het verweer
3.1.
Volgens [verzoekster] is er sprake van een ontslag op staande voet, aangezien zij niet zelf ontslag heeft genomen en er geen sprake meer was van een proeftijd waarbinnen de arbeidsovereenkomst zou kunnen worden opgezegd. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en De Fietsenwacht te veroordelen tot betaling van loon. Volgens [verzoekster] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. [verzoekster] voert het volgende aan.
3.2.
De overeengekomen proeftijd van één maand was al verstreken op 9 augustus 2024. De mail van 30 november 2024 viel dus niet binnen de proeftijd. Er is sprake van een ontslagaanzegging zonder geldige reden. De opzegbevestiging die door De Fietsenwacht in het geding is gebracht (punt 2.2.) en die op 30 november 2024 zou zijn getekend, is niet door [verzoekster] gezien of getekend. Op 30 november 2024 was [verzoekster] op vakantie en heeft zij niet kunnen tekenen.
3.3.
De Fietsenwacht voerde eerst verweer en stelde dat het verzoek moest worden afgewezen. De Fietsenwacht voerde ‑ samengevat ‑ aan dat [verzoekster] zelf ontslag heeft genomen middels een, door de werkgever opgestelde, opzeggingsbrief met dagtekening 30 november 2024 (punt 2.2). Daarnaast voerde De Fietsenwacht aan dat [verzoekster] voor 30 november 2024 om een aanpassing van haar arbeidsovereenkomst had verzocht, waarbij zij minder uren zou gaan werken en voerde De Fietsenwacht aan dat zij ervan ging uit dat dit een nieuwe arbeidsovereenkomst betrof met een nieuwe proefperiode, waarbinnen zij dacht de overeenkomst tijdig en rechtsgeldig te hebben opgezegd, naast de opzegging door [verzoekster] .
3.4.
Ter zitting heeft de gemachtigde van De Fietsenwacht erkend dat de opzegging niet op de juiste manier is verlopen, zodat er geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag. De Fietsenwacht heeft aangegeven in de (verkeerde) veronderstelling te zijn geweest dat er sprake was van een rechtsgeldig ontslag, door de omstandigheden van het geval, waaronder het feit dat [verzoekster] niet meer is komen werken en geen contact met De Fietsenwacht heeft opgenomen.
Beoordeling
Nadere stukken ingediend
4.1.
In het e-mailbericht van 28 februari 2025 heeft De Fietsenwacht nadere informatie ingediend. [verzoekster] heeft hier bij e-mailbericht van 3 maart 2025 bezwaar tegen gemaakt. De kantonrechter is met [verzoekster] van oordeel dat de aanvullende informatie te laat is ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling van 18 februari 2025 heeft de kantonrechter een datum voor beschikking bepaald, waarna het partijen niet meer vrij staat de kantonrechter inhoudelijk te informeren. De kantonrechter heeft dan ook geen kennis genomen van de inhoud van het e-mailbericht van 28 februari 2025 zijdens De Fietsenwacht.
Geen rechtsgeldig ontslag
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat het op 30 november 2025 door De Fietsenwacht gegeven ontslag niet rechtsgeldig is. Dit is door (de gemachtigde van) De Fietsenwacht ook erkend tijdens de mondelinge behandeling. De kantonrechter gaat er gezien de erkenning van uit dat De Fietsenwacht geen inhoudelijk verweer meer voert tegen de verzochte vernietiging van het ontslag op staande voet. Het gegeven ontslag wordt dan ook vernietigd.
4.3.
Gelet op de erkenning ter zitting door De Fietsenwacht, dat er geen sprake is geweest van een rechtsgeldig ontslag, begrijpt de kantonrechter dat De Fietsenwacht zich ook niet langer op het standpunt stelt dat [verzoekster] zelf de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat de arbeidsovereenkomst daardoor is geëindigd. Ten overvloede merkt de kantonrechter daarover op dat na de betwisting door [verzoekster] dat er een tweede overeenkomst zou zijn geweest, met een nieuwe proeftijd, De Fietsenwacht haar stelling op dit punt ook niet onderbouwd heeft.
4.4.
[verzoekster] heeft recht op loon, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling zal daarom ook worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat De Fietsenwacht te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal echter worden gematigd tot 5%, op grond van de volgende omstandigheden. De Fietsenwacht ging ervan uit dat er sprake was van een rechtsgeldig ontslag, zodat daarom het loon niet verder is betaald. Er was geen sprake van betalingsonwil. Het idee dat er sprake was van een rechtsgeldig ontslag, werd versterkt door het feit dat [verzoekster] heeft nagelaten contact op te nemen met De Fietsenwacht, het feit dat [verzoekster] lange tijd niet bij De Fietsenwacht heeft gemeld zij wilde komen werken en het feit dat zij niet heeft geprotesteerd tegen de door De Fietsenwacht aan haar gestuurde eindafrekening. De gedragingen van [verzoekster] hebben naar het oordeel van de kantonrechter bij kunnen dragen aan het feit dat De Fietsenwacht ervan uitging geen loon verschuldigd te zijn. De kantonrechter acht het hierdoor redelijk de wettelijke verhoging te matigen tot 5%.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van De Fietsenwacht, omdat De Fietsenwacht overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 633,00 (€ 90,00 aan griffierecht en € 543,00 aan salaris gemachtigde).
Dictum
De kantonrechter
5.1.
vernietigt het ontslag op staande voet,
5.2.
veroordeelt De Fietsenwacht tot betaling aan [verzoekster] van € 2.308,81 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, vanaf 1 december 2024 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 5% en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van de opeisbaarheid van iedere salaristermijn tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt De Fietsenwacht in de proceskosten van € 633,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.