Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:12894
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,984 tokens
Inleiding
RECHTBANK
DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
MvD (B/C)
Zaaknummer / rekestnummer: 11499376 \ EJ VERZ 25-80210
Beschikking van 2 april 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. R.J. Michielsen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE FIETSENWACHT B.V.,
gevestigd te Leiden,
verwerende partij,
hierna te noemen: De Fietsenwacht,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie op 22 januari 2025,
- het e-mailbericht van 14 februari 2025 met bijlagen, zijdens De Fietsenwacht,
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De gemachtigde van De Fietsenwacht heeft pleitaantekeningen overgelegd,
- e-mailbericht van 27 februari 2025 zijdens [verzoekster] ,
- een e-mailbericht van 28 februari 2025 zijdens De Fietsenwacht,
- een e-mailbericht van 3 maart 2025 zijdens [verzoekster] .
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1983, is sinds 2 september 2024 in dienst bij De Fietsenwacht. De functie van [verzoekster] is telefoniste/receptioniste met een loon van € 2.200,00 netto per maand.
2.2.
[verzoekster] heeft een document, opgesteld door de werkgever, ondertekend (hierna: de opzegbevestiging) waarin is opgenomen:
2.3.
Op 25 november 2024 heeft De Fietsenwacht per Whatsapp bericht aan [verzoekster] het volgende gestuurd:
“Hey [verzoekster] , je salaris staat er deze week op. We hebben er wel voor gekozen om zakelijk niet verder te gaan. Je ontslag blijft staan. In de nacht niet slapen en dingen prive doen die invloed kunnen hebben op je werk gaat gevolgen hebben op je werk. Deze keuze heb ik niet alleen gemaakt. Maar ook de mensen die samen met ons werken. Ik gaf ook genoeg aan van kom optijd en houd prive en zakelijk gescheiden. Hoop dat wij in prive nog wel goed met elkaar kunnen zijn. Fijne vakantie en succes verder.”
2.4.
[verzoekster] heeft hierop geantwoord:
“Dit was niet de afspraak.”
2.5.
Op vrijdag 27 december 2024 stuurde [verzoekster] aan De Fietsenwacht het volgende via Whatsapp:
“Hey [naam] ,
Fijne kerstdagen en nieuwjaarswisseling toegewenst.
Wanneer kan ik mijn bonus verwachten en me eindrekening? Is al bijna eind van het jaar. En wel zo netjes als je dit normaal met mij afhandelt.
In afwachting van je antwoord.
Groet [verzoekster]”
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoekster] meent dat er geen rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband heeft plaatsgevonden. [verzoekster] voert het volgende aan.
3.2.
[verzoekster] heeft op 22 november 2024, een dag voor haar vakantie, van de directeur de mededeling gekregen dat haar dienstverband onmiddellijk was beëindigd. Zij heeft het kantoor verlaten, maar de directeur gebood haar terug te komen en een document te ondertekenen. Zij heeft dit gedaan zonder kennis te nemen van de inhoud. Zij had niet de wens haar dienstverband te beëindigen.
3.3.
[verzoekster] verzoekt daarom de kantonrechter:
I. I: haar opzegging nietig te verklaren, althans te vernietigen;
II. voor zover er sprake is van ontslag op staande voet, deze opzegging te vernietigen;
III. voor zover er sprake is van een beëindigingsovereenkomst, deze te vernietigen;
IV. De Fietsenwacht te veroordelen tot betaling van salaris;
V. De Fietsenwacht te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.4.
De Fietsenwacht voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. De Fietsenwacht voert ‑ samengevat – aan dat [verzoekster] ontslag heeft genomen. Op enig moment heeft er een woordenwisseling plaatsgevonden tussen [verzoekster] en een collega. De woordenwisseling escaleerde. [verzoekster] gaf vervolgens aan: ‘Ik ben er klaar mee, ik hoef van niemand bevelen te accepteren’. De Fietsenwacht heeft haar vervolgens in een gesprek op de gevolgen van een ontslag gewezen. Desondanks persisteerde [verzoekster] bij het verzoek. Zij heeft aan De Fietsenwacht verzocht een schriftelijke verklaring op te stellen. Dit heeft De Fietsenwacht gedaan en [verzoekster] heeft deze getekend. De Fietsenwacht is dus van mening dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd op verzoek van [verzoekster] , door opzegging door [verzoekster] . Aangezien De Fietsenwacht [verzoekster] niet schriftelijk op de bedenktermijn heeft gewezen, was er in dit geval sprake van een bedenktermijn van drie weken. [verzoekster] heeft echter niet aangegeven zich te bedenken. Het enige wat De Fietsenwacht heeft ontvangen, is een verzoek van [verzoekster] van 27 december 2024 om een eindafrekening op te maken.
Beoordeling
Nadere stukken ingediend
4.1.
In het e-mailbericht van 28 februari 2025 heeft De Fietsenwacht nadere informatie ingediend. [verzoekster] heeft hier bij e-mailbericht van 3 maart 2025 bezwaar tegen gemaakt. De kantonrechter is met [verzoekster] van oordeel dat de aanvullende informatie te laat is ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling van 18 februari 2025 heeft de kantonrechter een datum voor beschikking bepaald, waarna het partijen niet meer vrij staat de kantonrechter inhoudelijk te informeren. De kantonrechter heeft dan ook geen kennis genomen van de inhoud van het e-mailbericht van 28 februari 2025 zijdens De Fietsenwacht.
Inhoudelijk beoordeling
4.2.
Het gaat om de vraag of de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] rechtsgeldig is geëindigd door een opzegging van de zijde van [verzoekster] zelf.
4.3.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer vereist een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring, die erop is gericht de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen. De wil in de zin van artikel 3:33 BW dient dus specifiek gericht te zijn op de beëindiging. In verband met de ernstige (financiële) gevolgen mag een werkgever niet spoedig aannemen dat een verklaring van de werknemer gericht is op vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Beoordeeld moet worden of [verzoekster] een dergelijke duidelijke en ondubbelzinnige verklaring heeft afgelegd en of De Fietsenwacht de verklaring van [verzoekster] als opzegging mocht opvatten. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is overweegt daartoe als volgt.
4.4.
[verzoekster] heeft niet weersproken dat er vóór de dag in november 2024, waarop zij haar handtekening heeft gezet onder een stuk, al veel gesprekken waren gevoerd tussen de Fietsenwacht en [verzoekster] over hoe het ging op het werk, en dat het niet lekker liep, omdat [verzoekster] privé veel aan de hand had. [verzoekster] heeft ter zitting erkend dat er op de bewuste dag dat zij haar handtekening zette sprake was van een woordenwisseling met een andere werknemer, dat zij daarna ongeveer een uur weg is gelopen en dat zij daarna terug is gekomen en heeft gezegd: ‘Ik ben er klaar mee’. Zij heeft niet (gemotiveerd) de stelling van De Fietsenwacht weersproken dat zij daarna heeft gezegd: ‘Het gaat niet meer’ en dat zij daarna een door de werkgever opgesteld stuk, in het bijzijn van de boekhouder [boekhouder] , heeft ondertekend. Dat [verzoekster] het document niet heeft gelezen voordat zij tekende, acht de kantonrechter in het licht van de geschetste situatie – waarin zij een uur weg was geweest en tot bedaren kon zijn gekomen - niet deugdelijk onderbouwd en dus niet aannemelijk. [verzoekster] heeft evenmin betwist dat De Fietsenwacht, zoals De Fietsenwacht stelt, haar heeft gewezen op de gevolgen van een ontslag. De kantonrechter neemt deze geschetste feitelijke gang van zaken dus als vaststaand aan. Gelet op deze omstandigheden, bezien in samenhang met de door [verzoekster] ondertekende tekst, waarin een ondubbelzinnige opzegging door [verzoekster] is opgenomen, neemt de kantonrechter aan dat de wil en verklaring van [verzoekster] op het moment van (het ondertekenen van) de opzegging overeenstemden en bovendien dat De Fietsenwacht daarop voldoende gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen. Dit oordeel vindt steun in de omstandigheden dat [verzoekster] daarna ander werk is gaan zoeken (en heeft gevonden) en dat zij aan De Fietsenwacht heeft gevraagd om een eindafrekening op te stellen. Die eindafrekening – met einddatum 30 november 2024 – heeft De Fietsenwacht ook opgemaakt en aan [verzoekster] opgestuurd en deze heeft [verzoekster] zonder protest behouden. Ook op 25 november 2024 heeft De Fietsenwacht per Whatsappbericht een schriftelijke bevestiging van de opzegging gestuurd. [verzoekster] heeft daar enkel op gereageerd met ‘Dit was niet de afspraak’. Voor zover [verzoekster] heeft bedoeld aan te voeren dat hiermee de opzegging is ingetrokken, heeft zij dit onvoldoende onderbouwd. Zij heeft nagelaten toe te lichten wat dan precies ‘niet de afspraak was’ en uit dit bericht, bezien in samenhang met het feit dat [verzoekster] daarna ook niet heeft laten weten bij De Fietsenwacht te willen werken maar juist aan De Fietsenwacht heeft bericht dat zij ander werk heeft gevonden en een eindafrekening heeft opgevraagd, hoefde De Fietsenwacht dit bericht ook niet als intrekking van de opzegging aan te merken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoekster] dus niet haar ontslag ingetrokken binnen de bedenktermijn van drie weken (art. 7:671 lid 3 BW).
4.5.
De kantonrechter oordeelt daarom dat de arbeidsovereenkomst op verzoek van [verzoekster]
is beëindigd, zodat de verzoeken voor afwijzing gereed liggen.
Proceskosten
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat [verzoekster] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van De Fietsenwacht worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.