Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:12710
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
791 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7539
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit is opgelegd.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. Uit de uitspraken van 23 april 2025 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de bescherming die eiser op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming genoot, met ingang van 5 maart 2024 kon worden beëindigd.
3. Uit de aangehaalde uitspraken volgt ook dat eiser niet vóór 4 maart 2024 mocht worden opdragen om de Europese Unie te verlaten door middel van het opleggen van een terugkeerbesluit.
4. Het beroep is reeds hierom kennelijk gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. Het terugkeerbesluit is uitgevaardigd op een moment dat eiser nog facultatieve tijdelijke bescherming genoot en dus legaal op het Nederlandse grondgebied verbleef. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn kon nog geen terugkeerbesluit worden uitgevaardigd.
5. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,00.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het besluit van 7 februari 2024;
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
ECLI:NL:RVS:2025:1829 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@149949/202401901-2-v3/), ECLI:NL:RVS:2025:1827 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@149947/202402020-3-v3/) en ECLI:NL:RVS:2025:1836 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@149956/202402066-2-v3/).
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.