Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:12535
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
555 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.39453
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot intrekking van een terugkeerbesluit en tot opheffing van een inreisverbod. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 oktober 2024 deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek om een voorlopige voorziening is, samen met de behandeling van het beroep in de zaak NL24.39452, op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.39452, heeft de rechtbank geoordeeld in de beroepsprocedure. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Bunnik, griffier.
zaaknummer: NL24.39453
2
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 mei 2025
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.