Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:12488
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
868 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28693
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, v-nummer: [V-nummer 1],
[verzoekster], verzoekster, v-nummer: [V-nummer 2],
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Procesverloop
Verzoekers hebben op 17 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaarschriften van 11 december 2023 tegen de afwijzing van de aanvragen voor een visum voor kort verblijf.
Bij besluit van 17 juli 2024 heeft verweerder de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de bezwaren van verzoekers heeft besloten en de bezwaren hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond heeft verklaard, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. In de gegrondverklaring van het verzoek ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Dictum
De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 453,50
(vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 11 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.