Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:12269
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
763 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29106
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. F. Zeven),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. M.J.C. van der Woning).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk gegrond is.
1.2.
De minister heeft met het besluit van 10 augustus 2023 het EU-verblijfsrecht van verzoeker beëindigd dan wel ontzegd en hem ongewenst vreemdeling verklaard. Met het bestreden besluit van 15 april 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter heeft de minister gevraagd of zij zich wel of niet verzet tegen het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening. In de reactie hierop van 9 juli 2025 heeft de minister aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening.
2.1.
Omdat de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb het verzoek worden toegewezen.
2.2.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (één punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek toe;
gebiedt de minister om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker totdat de geplande hoorzitting heeft plaatsgevonden en het aanvullende besluit op bezwaar is genomen;
veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Algemene wet bestuursrecht.
Dit beroep is bekend onder nummer NL25.21279.