Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-30
ECLI:NL:RBDHA:2025:1202
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,831 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28078
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. T.J.A.J. Tichelaar).
Procesverloop
Bij besluit van 11 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 1 november 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1978 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 19 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn werkzaamheden als verkoper bij een telefoonwinkel problemen heeft gehad met bendeleden die voor de regering werken. De bendeleden wilden dat eiser zich zou aansluiten bij hen, maar dit weigerde hij. Om die reden hebben ze hem mishandeld en bedreigd met de dood. Eiser is na drie tot vier maanden in Warri bij zijn moeder te hebben ondergedoken en daarna in Lagos te hebben verbleven, op advies van zijn broer Nigeria ontvlucht.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De gestelde problemen met de bendeleden worden echter ongeloofwaardig geacht.
3. Eiser voert aan dat verweerder tijdens het nader gehoor onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen die hij heeft, welke tevens volgen uit het rapport van MediFirst van 12 september 2023. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij verder naar een verklaring van het Divine Care Hospital en zijn medisch dossier. Uit deze stukken blijkt verder dat eiser verschillende behandelingen heeft ondergaan in het ziekenhuis, nadat hij was neergestoken. Dat hij moeite heeft met het duiden van gebeurtenissen en data en hierover wisselend dan wel tegenstrijdig verklaart, is dan ook het gevolg hiervan, zodat verweerder dit niet kan tegenwerpen. Verder bestaat eisers Facebook-account niet meer, zodat hij de bedreigingen die hij daarop heeft ontvangen niet kan overleggen. Tot slot is ten onrechte een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Asielrelaas
4. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de gestelde problemen met bendeleden ongeloofwaardig zijn. Hoewel uit het rapport van MediFirst van 12 september 2023 blijkt dat eiser moeite heeft met het terughalen van gebeurtenissen, zijn kortetermijngeheugen en data, stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat hieruit niet blijkt dat eiser gebeurtenissen in zijn geheel niet meer kan terughalen. Dit betekent dan ook dat verweerder in samenwerking met eiser een tijdlijn heeft mogen schetsen, waarbij rekening is gehouden met de hiervoor genoemde beperkingen van eiser. Dat hieruit is gebleken dat eiser niet eenduidig heeft kunnen verklaren over de gestelde gebeurtenissen, heeft verweerder dan ook aan eiser mogen tegenwerpen. Verder heeft verweerder van eiser mogen verwachten dat hij weet bij welk ziekenhuis hij is behandeld, zeker nu hij zelf stelt hier meermaals te zijn behandeld. Zo is eiser voldoende in de gelegenheid gesteld om te verklaren bij welk ziekenhuis hij is behandeld, maar laat hij na deze te benoemen. Dat hij later met een verklaring van het Divine Care Hospital laat weten bij welk ziekenhuis hij is behandeld, laat onverlet dat van hem mag worden verwacht dat hij tijdens het gehoor kan verklaren bij welk ziekenhuis hij is behandeld. Verder heeft eiser in zijn zienswijze naar voren gebracht dat de inhoud van de verklaring van het Divine Care Hospital is gebaseerd op zijn eigen verklaringen, zodat deze niet de waarde kan krijgen die hij zou willen.
5. Verder heeft verweerder in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat eiser vaag, wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over de gestelde problemen met bendeleden. Eiser verklaart dat hij via Facebook bedreigingen heeft ontvangen van bendeleden. Echter laat eiser na dit te onderbouwen. Dat zijn Facebook-account niet meer zou bestaan, maakt niet dat van eiser mag worden verwacht dat hij inspanningen verricht om hier alsnog toegang tot te krijgen, zeker nu deze bedreigingen de reden zijn voor zijn vertrek uit Nigeria. Daar komt bij dat eiser nog toegang had tot zijn Facebook-account toen hij in Nederland was. Ten aanzien van de wisselende en tegenstrijdige verklaringen verklaart eiser eerst dat hij tot aan zijn vertrek in 2018 heeft gewerkt in de telefoonwinkel, waarna hij verklaart dat hij na het steekincident in 2017 niet meer heeft gewerkt en ondergedoken zat. Verder verklaart eiser dat hij ‘ [naam 2] ’ kent als een bendelid dat altijd bij de regering is, maar hem verder niet kent. Vervolgens verklaart hij dat hij ‘ [naam 2] ’ juist erg goed kent en weet dat hij bij de bendes hoort. Verder zijn de verklaringen over zijn reisbewegingen eveneens tegenstrijdig. Eiser heeft geen afdoende verklaring kunnen geven voor deze wisselende en tegenstrijdige verklaringen, zodat verweerder deze terecht heeft tegengeworpen.
Terugkeerbesluit
6. Nu eisers asielaanvraag terecht is afgewezen, was verweerder gehouden een terugkeerbesluit uit te vaardigen.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 30 januari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 4 en 10 van 20.
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 15 van 20.
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 16 van 20.
Rapport aanmeldgehoor van 27 september 2022, p. 9 van 14.
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 9 en 10 van 20.
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 7 van 20.
Rapport nader gehoor van 29 april 2024, p. 12 van 20.
Op grond van artikel 45 van de Vw.