Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:1175
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
683 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21603
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [nummer], verzoekster
mede namens haar minderjarige kinderen
[naam 1],
[naam 2],
[naam 3],
[naam 4]
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
de minister van Asiel en Migratie
, de minister
(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.21602 op 27 juni 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen bijgestaan door een tolk en haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.21602 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.J. Tijnagel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de minister van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de minister worden voor de leesbaarheid van deze uitspraak aangeduid als de minister.