Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:11567
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
548 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/11732
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. S. Muijlkens).
Inleiding
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 11 april 2022 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 6 oktober 2023 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de buitenbehandelingstelling van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de zoon van verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, B. Kosanovic als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/11731, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.