Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:1155
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
775 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48695
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V-nummer], verzoekster(gemachtigde: mr. J.A. Pieters), en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.P. Arts).
Procesverloop
Bij besluit van 5 december 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.48694, op 24 december 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Zengin. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Bij tussenuitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.48694, heeft de rechtbank in het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat, geoordeeld dat er sprake is van een gebrek. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek te herstellen.
De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopig voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Tsjechië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1814,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van €907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Tsjechië totdat is beslist op het beroep;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
14 januari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.