Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-26
ECLI:NL:RBDHA:2025:11311
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
699 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27972
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] V-nummer: [nummer], verzoeker,
[naam 2], verzoekster,
[naam 3] (kind),
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. I. van Es).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening houdt verband met het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag van eisers als bedoeld in artikel 3.9a, eerste lid onder a tot en met c en tweede lid van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000).
1.1
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verzoek wordt afgewezen. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoekers hebben op 7 augustus 2023 kenbaar gemaakt aanspraak te willen maken op tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de richtlijn). Op 7 augustus 2023 is beslist dat zij niet in aanmerking komen voor deze tijdelijke bescherming. Verzoekers hebben hier bezwaar tegen gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 16 februari 2024 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard.
2.1
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep staat bekend onder zaaknummer NL24.11519. Het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
2.2
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek op 12 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoekers en hun gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen.
Beoordeling
3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.