Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:10943
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
650 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17874
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. Boer).
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond en aan hem een terugkeerbesluit opgelegd. Namens verzoeker is hiertegen door mr. F van Dijk beroep ingesteld en is de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Partijen zijn uitgenodigd voor een behandeling ter zitting. Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoeker zich bij brief van 16 mei 2025 onttrokken aan de zaak, omdat hij geen contact kreeg met verzoeker. De minister heeft daarna bericht dat verzoeker niet met onbekende bestemming vertrokken is gemeld.
1.2.
Het beroep en verzoek zijn aan de orde gesteld op de zitting van 3 juni 2025. Verzoeker is daar niet verschenen. Het onderzoek is op zitting geschorst.
1.3.
Bij brieven van 4 juni 2025 is aan partijen bericht dat een zitting achterwege blijft, tenzij een van hen beiden aangeeft op zitting te willen worden gehoord. De brief is aan verzoeker per aangetekende post verzonden aan zijn laatst bekende adres. Verzoeker en de minister hebben hier niet op gereageerd.
1.4.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaaknummer NL25.17873.
Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.