Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:10373
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,876 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2178
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2025 in de zaak tussen
Overlastregistratie Nederland B.V., uit Den Haag, eiser
(gemachtigde: mr. E.F. van Hasselt),
en
de korpschef van Politie, verweerder
(gemachtigde: V.A. Textor).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder op eisers verzoek om documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo).
1.1.
Met het besluit van 19 juni 2023 heeft verweerder het verzoek gedeeltelijk toegewezen. Met het bestreden besluit van 6 februari 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard.
1.2.
Verweerder heeft de geweigerde documenten met een beroep op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) aan de rechtbank verstrekt. In zaken op grond van de Woo neemt uitsluitend de bestuursrechter kennis van de stukken.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] namens eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft op 21 december 2022 een Woo-verzoek ingediend en verzocht om openbaarmaking van documenten over – kort samengevat – de geautomatiseerde gegevenslevering inzake winkeldiefstal. Het verzoek is als volgt geconcretiseerd:
- Alle interne adviezen/instructies inzake winkeldiefstal en/of de geautomatiseerde
gegevenslevering van de Functionaris Gegevensbescherming (FG, Intern Toezichthouder) gedurende de jaren 2016 t/m heden gericht "aan de politie".
- Alle interne adviezen/instructies/kaders/richtlijnen inzake winkeldiefstal en/of de
geautomatiseerde gegevenslevering van de Gegevensautoriteit gedurende de jaren 2016 t/m heden gericht "aan de politie".
- Alle interne adviezen/instructies inzake winkeldiefstal en/of de geautomatiseerde
gegevenslevering van de Privacy Functionaris Eenheid Noord-Holland gedurende de jaren 2016 tot zijn pensionering gericht "aan de politie"/ de Korpsleiding.
Het advies inzake winkeldiefstal gericht aan "de Korpsleiding" van de Coördinator Juridische Zaken van de Eenheid Midden-Nederland. Ook de reactie van "de Korpsleiding" op dit advies.
Documentatie over welke mondelinge of schriftelijke afspraken zijn gemaakt tussen de Nationale Politie en SODA. Hierbij ook documentatie van de jaarlijkse aanpassingen vanaf de eerste versie 2014 t/m heden.
Alle mailwisseling/gespreksverslagen die betrekking hebben op winkeldiefstal en de geautomatiseerde gegevenslevering tussen [contactpersoon] en SODA.
De laatste versie van de Gegevensbeschermingseffectbeoordeling/DPIA.
Alle onderlinge communicatie tussen Detailhandel Nederland en de plv. Korpschef van de Nationale Politie inzake winkeldiefstal en/of de geautomatiseerde gegevenslevering gedurende de jaren 2017, 2018 en 2019.
3. Verweerder heeft bij het primaire besluit een deel van de gevraagde informatie geheel openbaar gemaakt, een deel van de gevraagde informatie is – onder vermelding van uitzonderingsgronden - niet openbaar gemaakt en een aantal documenten is in het geheel niet openbaar gemaakt. Naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiser en het advies van de bezwaaradviescommissie, heeft verweerder een nadere zoekslag verricht. Dit heeft geleid tot het aantreffen van 47 extra documenten. Verweerder heeft 39 van deze documenten meegestuurd. Acht documenten worden niet openbaar gemaakt. Verweerder heeft besloten 35 documenten (gedeeltelijk) openbaar te maken.
Wat vindt eiser in beroep?
4. In beroep stelt eiser dat het specifiek nog om de volgende vier kwesties gaat:
a. Openbaarmaking van stukken over bilaterale afspraken omtrent gegevenslevering tussen de politie en een concurrerende uitvoerder, de Stichting ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkheidstelling (SODA) gedurende de periode vanaf 2003. De bezwaaradviescommissie heeft verweerder nadrukkelijk geadviseerd een aanvullende zoekslag te doen, waarbij ook de suggestie is gewekt ook deze private partij te vragen om de stukken. Volgens eiser blijkt onvoldoende dat verweerder een daadwerkelijke poging heeft gedaan om de stukken te achterhalen. Eiser vindt het merkwaardig dat geen documenten zijn aangetroffen, ook omdat er een pilot was.
b. Eiser heeft verzocht om toezending van een eerder binnen de politieorganisatie gegeven advies om de gegevenslevering direct te staken en de reactie daarop van de Korpsleiding/Gegevensautoriteit. Hierover is geen informatie geopenbaard. Eiser heeft van de heer Damen begrepen dat hij dit advies heeft voorbereid en dat dit onder de aandacht van de Korpsleiding is gebracht. Tegen die achtergrond mocht volgens eiser verwacht worden dat nog een serieuze zoekslag zou worden verricht. Bijvoorbeeld bij de verantwoordelijke aan wie de heer Damen destijds rapporteerde en die het stuk mogelijk op zijn naam heeft uitgestuurd. Ook had de e-mail gericht aan de Korpsleiding en/of de toenmalig verantwoordelijke voor het dossier winkeldiefstal binnen de Korpsleiding, Liesbeth Huyzer (Huyzer), doorzocht kunnen worden.
c. Openbaarmaking van een e-mail van de heer Van Steeg, toenmalig aanspreekpunt van Detailhandel Nederland / private uitvoerder Stichting afrekenen met winkeldieven, aan Huyzer over gegevenslevering. Volgens eiser mag aangenomen dat met een zoekslag in de systemen van verweerder dit bericht op eenvoudige wijze achterhaald kan worden. Tijdens de hoorzitting heeft verweerder aangegeven alleen op naam te hebben gezocht en niet op e-mailadres. Dit mag, zo stelt eiser, wel van verweerder worden verwacht.
d. De weigering om de stukken 085 en 224 te verstrekken is nog onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Gezien het kader (verstrekking van gegevens met het oog op schade-afhandeling winkeldiefstal) en gelet op het tijdsverloop valt volgens eiser moeilijk in te zien welke belangen verweerder wenst te prevaleren door de informatie niet te openbaren.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder op een juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek van eiser. De rechtbank doet dit door de in overweging 4. door eiser opgesomde kwesties afzonderlijk te bespreken.
De zoekslag
6. Bij het nemen van een besluit op een verzoek om informatie op grond van de Woo, moet een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Daaruit moet blijken dat de zoekslag zorgvuldig is. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten is gemaakt. Wanneer het bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken, dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een document toch onder het bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, wordt betrokken op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd.
a. Samenwerkingsovereenkomst met SODA
7. Verweerder heeft verklaard dat er geen samenwerkingsovereenkomst tussen de politie en SODA bestaat. Volgens verweerder is de geautomatiseerde gegevenslevering gebaseerd op een wettelijke grondslag. Er heeft een zoekslag plaatsgevonden bij:
Coördinator Juridische Zaken van de Eenheid Midden-Nederland;
Eenheid Midden-Nederland;
Functionaris Gegevensbescherming;
Gegevensautoriteit;
Plaatsvervangende Korpschef van de Nationale Politie;
Privacy Functionaris Eenheid Noord-Holland;
Eenheid Noord-Holland.
Daarbij zijn de volgende zoektermen gebruikt:
Geautomatiseerde gegevenslevering;
Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB);
SODA;
Van Steeg;
Winkeldiefstal.
7.1.
Volgens verweerder zou, indien er een samenwerkingsovereenkomst zijn geweest, deze gevonden moeten zijn bij de Coördinator JZ van de Eenheid Midden-Nederland, de eenheid Midden-Nederland en de plaatsvervangend Korpschef van de Nationale Politie, Huyzer, tevens portefeuillehouder van het dossier Winkeldiefstal op basis van de zoektermen ‘geautomatiseerde gegevenslevering, SODA of winkeldiefstal’. Verweerder heeft ook SODA en het Bureau Veiligheidsstrategie bevraagd. Ook daar is geen samenwerkingsovereenkomst aangetroffen.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Afdeling Bestuursrechtspraak 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1675.
Afdeling Bestuursrechtspraak 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2915.
Afdeling Bestuursrechtspraak 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743.
Beoordeling
Verweerder heeft verder op zitting toegelicht dat de pilot maar tijdelijk was. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de door eiser gevraagde documenten met betrekking tot een samenwerkingsovereenkomst met SODA, niet bij haar berust. Verweerder heeft ook inzichtelijk gemaakt dat voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan.
b. Advies aan de korpsleiding over het direct staken van de gegevenslevering
8. Verweerder heeft toegelicht dat de mailbox van de plaatsvervangend korpschef Huyzer in de primaire fase al is doorzocht. Naar aanleiding van het bezwaarschrift is nog een extra zoekslag in haar mailbox verricht. Ook zijn de mailboxen van de heer Damen en van de secretaris van het portefeuilleteam Winkeldiefstal doorzocht. Volgens verweerder worden alle stukken in het kader van het dossier Winkeldiefstal op enig moment aan de secretaris aangeleverd. Als er een advies was geweest, dan was het langs die weg gevonden.
8.1.
In beroep is vervolgens nog in de mailbox van de destijds politiechef van de eenheid Midden-Nederland en de destijds direct leidinggevende van de heer Damen gezocht. Daarbij zijn de volgende zoektermen gebruikt: ‘Bart Damen’, ‘Damen’, ‘automatische gegevenslevering’, ‘SODA’, ‘Overlastregistratie Nederland’, ‘Bakker’, ‘winkeldiefstal’ en ‘advies’. Ook naar aanleiding van deze zoekslagen is geen advies van de heer Damen gericht aan de korpsleiding gevonden die gaat over het direct staken van de gegevenslevering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft een voldoende zoekslag plaatsgevonden.
c. E-mail van Van Steeg aan Korpsleiding over een gesprek over gebrekkige gegevenslevering
9. Eiser heeft verzocht om openbaar making van een e-mail van het toenmalig aanspreekpunt van Detailhandel Nederland / private uitvoerder Stichting Afrekenen met winkeldieven, Bert van Steeg, aan Huyzer. Eiser heeft van Van Steeg begrepen dat hij na een gesprek een bericht heeft gezonden aan Huyzer.
9.1.
Verweerder verwijst in het verweerschrift (overweging 3.21) naar overweging 3.11 en 3.12 van de reactie op het bezwaarschrift, waarin staat gemotiveerd dat deze betreffende e-mail met het primaire besluit deels openbaar is gemaakt onder documentnummer 144. Verweerder motiveert vervolgens dat een reactie van Huyzer aan Van Steeg ontbreekt en licht dan ook toe hoe deze zoekslag heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat een eventuele e-mail van Huyzer naar Van Steeg geen onderdeel van het nog voorliggende Woo-verzoek is, maar uitsluitend de e-mail van Van Steeg aan Huyzer. Nu de betreffende al (deels) openbaar gemaakt is behoeft de zoekslag daarnaar geen verdere bespreking.
d. De weigering de documenten 085 en 224 te verstrekken
10. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking op grond van artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Omdat voor de toepassing van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo sprake moet zijn van een uitzonderlijk geval, geldt voor het bestuursorgaan een verzwaarde motiveringsplicht.
10.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder openbaarmaking van document 085 op goede gronden heeft geweigerd, omdat openbaarmaking tot onevenredige benadeling van de politie zou leiden. Verweerder heeft kunnen betogen dat het document een interpretatie van de opstellers bevat en geen feitelijke weergave. In die zin wordt een onjuist beeld gegeven van de werkwijze van de politie. Gelet hierop weegt het algemeen belang bij openbaarmaking niet op tegen de benadeling van het andere belang, ook niet gelet op het tijdsverloop.
10.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder openbaarmaking van document 225 op goede gronden heeft geweigerd, omdat openbaarmaking een onevenredige benadeling van de organisatie waarop de info betrekking heeft betekent. Verweerder heeft kunnen betogen dat openbaarmaking van de informatie de organisatie in een onjuist daglicht zou zetten. Gelet hierop weegt het algemeen belang bij openbaarmaking niet op tegen de benadeling van het andere belang.