Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:10370
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,748 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7628
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigde: mr. P.E. Merema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om over te stappen naar de terugbetalingsregels van SF35.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 16 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 juli 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft vanaf oktober 2012 tot 1 juni 2016 studiefinanciering ontvangen, waaruit een schuld (schuld I van € 5.401,91) is ontstaan. Hij heeft vanaf januari 2021 ook studiefinanciering ontvangen, waaruit eveneens een schuld (schuld II van € 18.210,54) is ontstaan. Eiser heeft verweerder verzocht om over te stappen naar de terugbetalingsregels zoals die gelden onder het leenstelsel dat per 1 september 2015 is ingevoerd, die onder andere een aflossingsfase van 35 jaar (SF35) in plaats van 15 jaar (SF15) inhouden.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser vindt dat op schuld II de betalingsregels van SF35 van toepassing zijn. Zijn studieschuld bestaat uit twee delen en daardoor is sprake is van twee aparte schulden. Hij is begin 2019 begonnen met het terugbetalen van schuld I onder de terugbetalingsregels van SF15. In januari 2021 is eiser gestart met een master en heeft toen schuld II opgebouwd. Hij was ervan overtuigd dat voor deze schuld de terugbetalingsregels van SF35 gelden, omdat DUO onder andere spreekt over schuld I en II. Daarnaast gelden er voor deze schulden verschillende voorwaarden, zoals de rentepercentages. Ook heeft DUO nooit expliciet gesteld dat dezelfde terugbetalingsregels gelden voor de schuld I en II. Dat hij in 2018 heeft besloten dat hij schuld I via de betalingsregels van SF15 wilde afbetalen doet hier niet aan af. Eiser beroept zich op de hardheidsclausule, omdat zijn studieschulden zijn opgebouwd in twee verschillende stelsels en hij bij het starten met afbetalen van schuld I – en daarmee het kiezen van een terugbetalingsregime – niet wist dat hij een tweede schuld zou gaan opbouwen. Daarnaast stelt hij dat sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel gelet op de communicatie van DUO en de toezegging dat het om twee aparte schulden gaat. Ook gaat de vergelijking met de uitspraak die verweerder aanhaalt niet op. Tot slot doet eiser een beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat andere studenten 35 jaar de tijd krijgen om hun schuld terug te betalen en hij maar 15 jaar.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt voorop dat de Wet Studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) per 1 september 2015 is gewijzigd. De basisbeurs is met de invoering van de Wet studievoorschot hoger onderwijs per die datum verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een sociale leenvoorziening die de overheid voor alle studenten ter beschikking stelt: het studievoorschot. In het stelsel van studiefinanciering dat gold vóór 1 september 2015 dienden oud-studenten hun studieschuld binnen 15 jaar af te lossen. Met het invoeren van de Wet studievoorschot hoger onderwijs per 1 september 2015 is deze termijn verlengd naar 35 jaar.
4.1.
Uit artikel 12.14 van de Wsf 2000 en de bijbehorende wetsgeschiedenis blijkt dat voor debiteuren die voor hun bacheloropleiding een basisbeurs hebben ontvangen, maar vervolgens voor de masteropleiding onder het studievoorschot vallen, een keuzemogelijkheid geldt. Deze debiteuren blijven in 15 jaar tijd aflossen met de bijbehorende draagkrachtprincipes tenzij zij een verzoek indienen om in 35 jaar te mogen aflossen met de bijbehorende draagkrachtprincipes. Voor de overstap gelden de volgende voorwaarden:
het verzoek wordt ingediend na 31 december 2016, maar vóór aanvang van de aflosfase;
de debiteur heeft voor 1 september 2015 voor het eerst studiefinanciering toegekend gekregen voor het volgen van hoger onderwijs;
de debiteur is op of na 1 september 2015 een masteropleiding aangevangen waarvoor deze studiefinanciering toegekend heeft gekregen.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een overstap naar de terugbetalingsregels SF35, omdat eiser niet vóór aanvang van de aflosfase heeft verzocht om over te stappen. De rechtbank zal dit oordeel hierna uitleggen.
4.3.
De rechtbank verwijst hierbij allereerst naar de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De CRvB is uitgebreid ingegaan op de redenen voor de keuze van de wetgever om debiteuren die al aan het aflossen zijn, geen keuzemogelijkheid te bieden om naar het nieuwe terugbetalingsregime over te stappen. Daarnaast is het hanteren van verschillende aflossingsregimes technisch ook niet mogelijk. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding daarover anders te oordelen.
4.4.
Verder geldt dat op 1 januari 2017 de aanloopfase van studieschuld I is gestart. Vast staat dat verweerder eiser in het jaar voor de aanvang van de aflosfase van schuld I, namelijk bij brief van 10 september 2018, heeft gemeld dat de terugbetalingsregels SF15 van toepassing zijn en is hem de gelegenheid geboden over te stappen naar de terugbetalingsregels van SF35. Eiser is er daarbij op gewezen dat hij die overstap moest maken voor aanvang van de aflosfase (1 januari 2019). Eiser heeft vervolgens niet de keuze gemaakt voor de terugbetalingsregels van SF35. Hij heeft aangegeven dat hij deze keuze uitdrukkelijk heeft gemaakt, zonder zich te realiseren dat die keuze ook gevolgen zou hebben voor zijn tweede schuld. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat de informatie in de brief tekortschoot en dat dat zou moeten meebrengen dat hij alsnog een keuze zou moeten kunnen maken voor de terugbetalingsregels van SF35. Verweerder wist op dat moment immers net zo min als eiser dat hij later nog een schuld zou opbouwen en dat deze tot een andere afweging bij eiser zou kunnen leiden. Verweerder is weliswaar vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid gehouden zorg te dragen voor deugdelijke voorlichting over de geldende regels, maar dit strekt niet zo ver dat verweerder daarbij ongevraagd met elk mogelijk toekomstig scenario rekening dient te houden. Eiser is het beste in staat om te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat hij later wederom een studieschuld zal opbouwen en om naar aanleiding daarvan gericht na te vragen of en hoe de stelselkeuze die hij wil maken daarop van invloed zal zijn. Hoe begrijpelijk het wellicht ook is dat eiser zich op dat moment niet realiseerde dat die keuze van invloed zou kunnen zijn op een latere studieschuld, maakt dit niet dat die omstandigheid daarmee voor rekening en risico van verweerder dient te komen. Een andere opvatting zou betekenen dat verweerder bij elke student rekening zou moeten houden met al dit soort mogelijke toekomstige scenario’s en daar in voorkomende gevallen actief naar zou moeten vragen teneinde aan de informatieplicht te kunnen voldoen. Dit kan in redelijkheid niet van verweerder worden gevergd, alleen al gelet op het aantal studenten die het betreft en de veelheid aan scenario’s die voor die studenten kunnen gelden.
4.5.
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en, zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen. Hoewel eiser ter zitting nader heeft toegelicht dat hij uitvoerig contact heeft gehad met verweerder voordat hij begon met de masteropleiding, is de rechtbank van oordeel dat verweerder, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen, niet kan worden tegengeworpen dat hij eiser – zonder dat eiser hier specifiek naar heeft gevraagd – niet heeft geïnformeerd dat de terugbetalingsregels van SF35 in zijn geval niet van toepassing zijn. Dit nog daargelaten dat in het kader van het vertrouwensbeginsel niet snel betekenis kan worden toegekend aan iets dat niet gezegd wordt. Dat eiser niet heeft geïnformeerd naar de geldende terugbetalingsregels komt gelet hierop voor zijn risico.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
De uitspraak van de CRvB van 21 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2514.
De uitspraak van de CRvB van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3391 en de uitspraak van 21 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2514.