Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:10341
Bestuursrecht
Wraking
650 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. D.R. van der Meer,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de uitspraak van de rechter van 24 april 2024 en
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 22 mei 2025, per e-mail ingekomen bij de klachtencoördinator van de rechtbank op 22 mei 2025 en doorgestuurd naar de griffie van de wrakingskamer op 26 mei 2025.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 24/1637 tussen verzoeker en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank. De rechter heeft in deze zaak op 24 april 2024 uitspraak gedaan. De uitspraak houdt in dat de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening is afgewezen. Na de uitspraak heeft verzoeker op 22 mei 2025 de rechter gewraakt.
Beoordeling
3.1.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.