Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:996
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
495 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.40674
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: 290.353.7609,
(gemachtigde: mr. LJ. Meijering),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 december 2023 de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, e, f, g en h van de Vw.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met zaaknummer NL23.40673,
op 23 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder. Tevens was een tolk aanwezig.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.40673, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.