Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-18
ECLI:NL:RBDHA:2024:9692
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,948 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/124947-22
Datum uitspraak: 18 juni 2024
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres 1] te ( [postcode] ) [woonplaats] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 4 juni 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J. van Drongelen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. A. Wijburg naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 4 juni 2024 – ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 april 2022 te Boskoop tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan de woning [adres 2] door open vuur en/of (een) vonk(en) en/of (grote) hitte in aanraking te brengen met aceton en/of aceton-dampen terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende (flat)woningen en/of overige delen van het appartementencomplex, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te weten de omwonenden te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 april 2022 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam open vuur en/of (een) vonk(en) en/of (grote) hitte in aanraking heeft gebracht met aceton en/of aceton-dampen, ten gevolge waarvan het aan zijn en/of zijn mededaders schuld te wijten is geweest, dat de woning en/of inboedel van [adres 2] geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan, en daardoor gemeen gevaar voor de omliggende (flat)woningen en/of overige delen van het appartementencomplex, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de omwonenden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de omwonenden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, ontstond;
2.
hij één of meerdere malen op of omstreeks in de periode 29 april 2022 tot en met 18 april 2023 te Boskoop en/of te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne en/of amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of amfetamine, zijnde cocaïne en/of amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
- een (grote) hoeveelheid verpakkingsmaterialen en/of seals en/of
- een hoeveelheid weegschalen (met restanten van vermoedelijk cocaïne) en/of
- een hoeveelheid magnetrons en/of
- een hoeveelheid föhns en/of
- een hoeveelheid persmallen en/of
- een hoeveelheid sealmachines en/of
- een hoeveelheid stempels en/of
- een kookplaat en/of
- een hoeveelheid versnijdingsmiddel, te weten inositol en/of
- een (grote) hoeveelheid bewerkingsmiddel, te weten aceton,
- een auto (met kenteken [kenteken] ) met een ingebouwde verborgen ruimte, en/of
- een of meerdere simkaarten, en/of
- een of meerdere Google Pixel telefoons, en/of
- een hoeveelheid lege ponypacks, en/of
- een of meerdere GPS trackers, en/of
- een schrift met een boekhouding van druggerelateerde activiteiten, en/of
- een contant geldbedrag van EUR 1050,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
3.
hij op of omstreeks 29 april 2022 te Boskoop tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13,26 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 102 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 0,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3De bewijsbeslissing
3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 en 3 ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde. Hij heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.
3.3.
Vrijspraak
Het onder 1 en 3 ten laste gelegde
De rechtbank is, in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte op 29 april 2022 brand heeft gesticht of laten ontstaan in de woning aan de [adres 2] te [plaats] . Evenmin bevat het dossier voldoende bewijs om te kunnen vaststellen dat de verdachte daar op die dag opzettelijk middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I aanwezig heeft gehad. Om die reden zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het onder 1 en 3 ten laste gelegde.
Het onder 2 ten laste gelegde
Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen overweegt de rechtbank als volgt.
De verdachte heeft verklaard dat hij op 29 april 2022 een magnetron heeft gekocht voor [naam 1] , die hij in zijn auto naar de woning aan de [adres 2] in [plaats] heeft gebracht en daar aan de deur aan [naam 1] heeft overhandigd. Die magnetron is diezelfde dag door de politie aangetroffen in die woning, waar de magnetron kennelijk was gebruikt bij het proces van het verwerken of bewerken van cocaïne. De verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten dat de magnetron voor dat doeleinde zou worden gebruikt. Ook heeft hij verklaard dat hij de woning op 29 april 2022 niet heeft betreden. De dag daarvoor was hij daar wel, maar toen zag hij daar niets wat met cocaïne te maken had, aldus de verdachte. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte in de woning was op 29 april 2022. Weliswaar is zijn DNA op een rietje in de woning aangetroffen, maar dat kan daar ook op een eerder moment zijn gekomen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat de cocaïnegerelateerde voorwerpen in de woning daar al vóór 29 april 2022 aanwezig waren. Dat betekent dat van alle voorwerpen die op 29 april 2022 in die woning zijn aangetroffen en in de tenlastelegging zijn opgenomen, de rechtbank alleen bewezen acht dat de verdachte de magnetron voorhanden heeft gehad.
Beoordeling
Omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde brandstichting, die de grondslag vormt voor de aansprakelijkstelling van de verdachte voor de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden, zal de rechtbank haar niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij zal worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke de rechtbank begroot op nihil.
5De in beslag genomen voorwerpen
5.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen Piaggio snorfiets aan de verdachte als beslagene moet worden teruggegeven. Met betrekking tot het in beslag genomen geldbedrag van € 1.040,00, de drie Google Pixel telefoons en de elf simkaarten heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat die verbeurd moeten worden verklaard. Met betrekking tot de in beslag genomen personenauto van het merk Kia heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat die moet worden onttrokken aan het verkeer.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte moeten worden teruggegeven.
5.3.
Beoordeling
De rechtbank zal de Kia personenauto onttrekken aan het verkeer. Die behoort immers toe aan de verdachte en de rechtbank heeft vastgesteld dat daarmee een strafbaar feit is begaan, namelijk voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang vanwege de daarin aangebrachte verborgen ruimte. Van de overige in beslag genomen voorwerpen is niet gebleken dat zij in verband staan tot enig strafbaar feit, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan niet in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank zal van die voorwerpen de teruggave gelasten aan de verdachte als beslagene.
6De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bepaalt dat de benadeelde partij [naam 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
onttrekt het volgende in beslag genomen voorwerp aan het verkeer:
- Kia personenauto (2022122534-G2711170);
gelast de teruggave aan de verdachte als beslagene van de volgende in beslag genomen voorwerpen:
- Piaggio snorfiets (2023150156-G2535231);
- een geldbedrag van € 1.040,00 (2022122534-G2948035);
- drie Google Pixel telefoons en elf simkaarten (2022122534-G2711170).
Dit vonnis is gewezen door
mr. B.W. Mulder, voorzitter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
mr. M.H.J. Doornink, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. H.A.F. Tromp, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 juni 2024.