Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:9514
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
822 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.9353
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben op 27 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 24 juli 2023 een mvv-aanvraag ingediend. De ontvangst van deze aanvraag is op 17 augustus 2023 door verweerder bevestigd. Verweerder moet op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Onder verwijzing naar dit artikellid heeft verweerder de beslistermijn verlengd met drie maanden. Verweerder had dus uiterlijk op 15 februari 2024 een besluit moeten nemen.
3. Eiser heeft verweerder op 25 januari 2024 voor het eerst in gebreke gesteld. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken, zodat deze ingebrekestelling prematuur is. Op 21 februari 2024 heeft eiser verweerder voor de tweede keer in gebreke gesteld. Met deze ingebrekestelling is verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld. Dit laat onverlet dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk is. Eisers hebben het beroep op 27 februari 2024 ingediend. Tussen de ingebrekestelling en het indienen van het beroepschrift zijn geen twee weken verstreken. Het beroepschrift is dus te vroeg ingediend. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 13 juni 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.