Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:9457
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,245 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18038
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.S. Frickus),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Inleiding
In het besluit van 24 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Bulgarije daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 5 juni 2024 op een zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. Niet in geschil is dat de autoriteiten van Bulgarije in beginsel verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke behandeling van eisers asielaanvraag. Eiser heeft namelijk aantoonbaar eerder in Bulgarije verbleven. Wel in geschil is of er ten aanzien van Bulgarije kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat de verschillende lidstaten van de Europese Unie er bij elkaar op mogen vertrouwen dat zij de asielregels naleven.
2. Eiser voert echter aan dat de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Bulgarije zodanig slecht zijn dat zijn asielaanvraag toch in Nederland behandeld moet worden. Hierbij verwijst hij onder meer naar uitspraken van de rechtbank van 2 maart 2023 en 3 augustus 2023, en naar diverse landenrapportages zoals die van Lighthouse Reports en AIDA. Ter zitting is nog een uitspraak ingebracht van 3 juli 2023.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft recentelijk in diverse uitspraken, bijvoorbeeld de uitspraak van 23 mei 2024, geoordeeld dat ten aanzien van Bulgarije kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat eiser als Dublinclaimant in Bulgarije adequaat zal worden behandeld. De door eiser aangehaalde landeninformatie en uitspraken zijn van eerdere datum. De rechtbank ziet daarin om die reden geen aanleiding voor een ander oordeel.
4. Op 29 februari 2024 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel deelbaar is. De omstandigheid dat vreemdelingen in Bulgarije ook op afstand van de grens te maken krijgen met zogenoemde pushbacks (illegale uitzettingen) is daarom onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat dit ook stelselmatig met terugkerende Dublinclaimanten zou gebeuren. Eiser heeft verklaard over zijn detentie en de slechte behandeling tijdens zijn detentie in Bulgarije. Dat is betreurenswaardig. Het betreft echter de behandeling van eiser als illegale immigrant. Eiser heeft immers verklaard dat hij geen asiel wilde aanvragen in Bulgarije, maar dat hij wilde doorreizen. De situatie waarin hij terechtkomt als hij in het kader van de Dublinverordening wordt teruggestuurd, is niet hetzelfde. Dan wordt hij namelijk gezien als asielzoeker. Volgens het hiervoor genoemde arrest van 29 februari 2024 zijn eisers eerdere ervaringen om die reden niet relevant. Eisers verklaringen leiden dan ook niet tot het oordeel dat ten aanzien van Bulgarije niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, 2 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6550, en Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, 3 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12264.
Lighthouse Reports, ‘Europe’s Black Sites’, 8 december 2022 en AIDA, ‘Country Report Bulgaria’, 30 maart 2023.
Rechtbank Den Haag, 3 juli 2023, zaaknummers NL23.13552 en NL23.13553.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2152.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 29 februari 2024, ECLI:EU:C:2024:195
Verordening (EU) Nr. 604/2013.