Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:9016
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,838 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18183
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2024 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot en mr. K.J. Diender).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van 23 april 2024 waarbij de staatssecretaris de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling heeft genomen omdat Roemenië verantwoordelijk zou haar voor de behandeling van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 14 mei 2024 op zitting behandeld. Het onderzoek is ter zitting geschorst omdat er geen tolk beschikbaar was. De rechtbank heeft het beroep, samen met de voorlopige voorziening, nogmaals op 24 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Roemenië een verzoek om terugname gedaan. Roemenië heeft dit verzoek aanvaard.
3.1.
De staatssecretaris heeft geen aanleiding gezien om van de overdracht van eiseres aan Roemenië af te zien. Er zijn volgens de staatssecretaris geen aanwijzingen dat de Roemeense autoriteiten hun internationale verplichtingen niet nakomen en eiseres daar een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU Handvest. Ten aanzien van Roemenië kan nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Evenmin zijn er bijzondere individuele omstandigheden die maken dat een overdracht van eiseres aan Roemenië getuigt van een onevenredige hardheid, zodat er ook geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiseres onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening, aldus de staatssecretaris.
Mag de staatssecretaris voor Roemenië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
4. Eiseres voert aan dat de staatssecretaris ten onrechte uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Roemenië. De staatssecretaris is voorbijgegaan aan de verklaringen van eiseres dat zij te maken heeft gehad met pushbacks, gedwongen vingerafdrukken moest afgeven, geen opvang kreeg en onterecht 24 uur is gedetineerd. Verder meent eiseres dat zij geen asielverzoek heeft ingediend en zij niet op de hoogte was van een lopende asielprocedure, aangezien er geen tolk aanwezig was bij de afname van de vingerafdrukken. Wat betreft de gedwongen afname van haar vingerafdrukken heeft de staatssecretaris enkel gewezen op de mogelijkheid om te klagen bij de Roemeense autoriteiten, die haar mensonterend hebben behandeld. Verder meent eiseres dat de staatssecretaris niet kan volstaan met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 december 2023 omdat, ondanks de gereguleerde overdracht, wel degelijk het risico bestaat om slachtoffer te worden van pushbacks en dat zij geen toegang krijgt tot opvang en de asielprocedure. Eiseres heeft daarbij gewezen op het rapport van KlikAktiv ‘Formalizing Pushbacks - The use of readmission agreements in pushback operations at the Serbian- Romanian border’ van januari 2023 waaruit ook op te maken is dat “Dublinterugkeerders” op basis van de “readmission agreement” zijn uitgezet naar Servië. Tevens is zijdens eiseres verwezen naar het AIDA-rapport (update 2022), waaruit blijkt dat al geruime tijd en op grote schaal pushbacks plaatsvinden in Roemenië. Gelet op voorgaande kan worden gesteld dat eiseres al een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest heeft ondergaan en bij overdracht opnieuw een dergelijke behandeling riskeert. Daarbij verwacht eiseres dat in het aankomende nieuwe AIDA-rapport zal worden bevestigd dat de situatie in Roemenië zodanig is verslechterd dat niet meer van interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden.
4.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat ten aanzien van Roemenië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan mag worden. Terecht heeft de staatssecretaris verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2023. Hierbij heeft de Afdeling uitgebreid het KlikAktiv-rapport en het laatst uitgebrachte AIDA-rapport besproken. Uit deze bronnen volgt inderdaad dat in Roemenië aan de buitengrens pushbacks voorkomen, maar niet dat pushbacks verder landinwaarts plaatsvinden. Eiseres wordt, gezien het geaccepteerde claimakkoord, gereguleerd overgedragen. Zoals ook de Afdeling heeft geoordeeld blijkt niet uit voornoemde bronnen dat aan Roemenië overgedragen Dublinclaimanten slachtoffer zijn geweest van een onrechtmatige overbrenging op grond van een pushback. Eiseres loopt daarom geen reëel risico om onderworpen te worden aan pushbacks strijdig met artikel 3 van het EVRM. Eiseres heeft niet op een andere manier, onderbouwd dat zij bij een gereguleerde overdracht een reëel risico daarop loopt. Het betoog van eiseres dat uit het nog niet uitgebrachte AIDA-rapport zal volgen dat niet langer van interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden, doet daaraan niet af. Dit rapport is namelijk nog niet gepubliceerd en de inhoud daarvan is dus nog onbekend.
4.2.
Verder heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de detentie van eiseres in Roemenië onrechtmatig is en in strijd met de internationale afspraken is geweest. Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij in detentie zat vanwege haar illegale inreis. Dat er vingerafdrukken af zijn genomen – waarvan eiseres betoogt dat die onder dwang zijn afgegeven – maakt niet dat er niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Lidstaten zijn verplicht vreemdelingen die binnenkomen te registreren. Aangezien de vingerafdrukken van eiseres zijn afgenomen heeft zij een asielverzoek ingediend in Roemenië. Ten aanzien van de afwezigheid van een tolk bij de afname van de vingerafdrukken wordt terecht door de staatssecretaris overwogen dat Dublinclaimanten gebruik moeten kunnen maken van de diensten van een tolk als zij hun zaak voorleggen aan de bevoegde autoriteiten. Omdat mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mag er ook van worden uitgegaan dat Roemenië zich zal houden aan de procedureregels en een tolk beschikbaar zal stellen. Mocht eiseres na terugkeer problemen ondervinden of willen klagen over de manier waarop zij is behandeld bij aankomst in Roemenië, dan kan zij zich tot de Roemeense autoriteiten wenden. Met de enkele stelling dat dit niet van haar kan worden verwacht, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat deze mogelijkheid niet voor haar bestaat. De staatssecretaris heeft de ervaringen van eiseres in Roemenië voldoende meegenomen in het besluit. Het betoog van eiseres slaagt niet.
Kan eiseres een geslaagd beroep doen op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening?
5. Eiseres betoogt dat de staatssecretaris toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening en haar asielaanvraag, mede vanwege dat wat zij heeft meegemaakt in Roemenië. Daarbij heeft eiseres op de zitting gemeld dat zij zwanger is. Door alles wat eiseres heeft meegemaakt in haar leven en de onzekere situatie waarin ze zich momenteel bevindt, overweegt zij om de zwangerschap af te breken. Om deze keuze te maken, moet eiseres voldoende tijd gegund worden zonder de dreiging van een naderende overdracht. Als eiseres beslist om af te zien van het afbreken van de zwangerschap is dit een omstandigheid waarmee rekening dient te worden gehouden bij een eventuele overdracht. Eiseres meent verder dat de zwangerschap al reden genoeg is om haar asielaanvraag op te nemen in de nationale procedure en toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris niet ten onrechte besloten om de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling te nemen op grond van zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zaaknummer: NL24.18184.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
ABRvS 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4844.
Eiseres verwijst hierbij naar het rapport van Klikaktiv “Formalizing Pushbacks – The use of readmission agreements in pushback operations at the Serbian- Romanian border” van januari 2023 en het AIDA rapport (update 2022).
Hiertoe wordt verwezen naar de uitspraken van de ABRvS van 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4844 en ABRvS 8 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:27.
Zie artikel 24, vierde lid van de Verordening 603/2013 (Eurodac-verordening).
Artikel 12, eerste lid en onder b, Procedurerichtlijn.
ABRvS 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164.
Zie ABRvS 30 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1778 en ABRvS 19 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1653.