Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:8828
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
517 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19406
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , V-nummer: [v-nummer 1] , verzoekster
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam 2]
V-nummer: [v-nummer 2]
[naam 3]
V-nummer: [v-nummer 3]
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
Procesverloop
Bij besluit van 2 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris aan verzoekster een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56, eerste lid van de Vw.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.19381, op 31 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.19381, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Vreemdelingenwet 2000