Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-22
ECLI:NL:RBDHA:2024:865
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
858 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.20032
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het verweerder verboden wordt om verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.
Bij besluit van 29 december 2023 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard en de aanvraag alsnog ingewilligd.
Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft desgevraagd op dat verzoek gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Overwegingen
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Uit de stukken blijkt dat verzoekers aanvraag van 14 september 2021 in eerste instantie is afgewezen omdat hij had verzuimd om voldoende gegevens te verstrekken waaruit kon volgen dat hij in aanmerking komt voor een vrijstelling van het mvv-vereiste. Na de ontvangst van aanvullende gegevens in bezwaar heeft verweerder alsnog vergunning verleend met ingang van 26 januari 2022. Dit betekent weliswaar een bestuurlijke heroverweging, maar niet dat ook tegemoet is gekomen aan de bezwaren van verzoeker tegen het primaire besluit. Gelet hierop is er geen aanleiding voor vergoeding van de gemaakte proceskosten.
3. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.