Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-03
ECLI:NL:RBDHA:2024:8613
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,422 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.4949 en NL24.4951
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer: [V-nummer 1] , en
[eiseres 2] , eiseres 2, V-nummer: [V-nummer 2]
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde: mr. M.M.G. Crompvoets),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. S.H.J. Muijlkens en mr. C.W.M. van Breda).
Inleiding
In twee besluiten van 16 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eiseressen afgewezen.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft een zitting bepaald op 11 april 2024. Deze zitting is verdaagd omdat er geen tolk aanwezig kon zijn.
De rechtbank heeft de beroepen op 22 mei 2024 op een zitting behandeld in Breda. Eiseressen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Gedurende een gedeelte van de zitting heeft [naam] via een telefonische verbinding opgetreden als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.W.M. van Breda.
Beoordeling
1. Eiseres 1 is geboren op [geboortedag 1] 1968 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiseres 2 is geboren op [geboortedag 2] 2005 en heeft ook de Syrische nationaliteit. Eiseres 2 is de dochter van eiseres 1. Zij hebben op 10 juni 2022 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Als redenen om asiel aan te vragen hebben eiseressen het volgende opgegeven. Er is een oorlog in Syrië en daarom is het daar erg onveilig en zijn de leefomstandigheden erg slecht. Ook vrezen eiseressen bij controleposten problemen te krijgen met de Syrische autoriteiten omdat hun familieleden in het verleden problemen hebben gehad met het regime. Eiseressen hebben verklaard dat de man van eiseres 1, tevens de vader van eiseres 2, gevangen is genomen en later is vermoord omdat hij tegen het regime was.
3. In de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eiseressen afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de door eiseressen gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eiseressen hebben volgens verweerder geen recht op een asielvergunning, omdat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade lopen. In de periode van 2018 tot 2022 zijn eiseressen namelijk teruggekeerd naar Syrië en hebben zij daar geen problemen ondervonden. Dit was nadat zij in Nederland een verblijfsvergunning hadden gekregen. Eiseressen konden in Syrië een paspoort en een identiteitskaart aanvragen en konden Syrië ondanks controles zonder problemen legaal weer verlaten. Dat eiseressen vrezen voor de Syrische autoriteiten vanwege hun familienaam, acht verweerder onvoldoende. Eiseressen hebben namelijk verklaard dat ook andere inwoners van hun woonplaats in Syrië demonstreerden. Niet gebleken is dat één specifieke familienaam in de negatieve belangstelling staat. Daarnaast hebben eiseressen verklaard dat een zoon van eiseres 1, tevens broer van eiseres 2, in dienst is bij het Syrische leger zonder dat hij problemen ondervindt vanwege zijn achternaam.
4. Eiseressen zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij vinden dat hun relaas niet volledig is weergegeven. Zij zijn in 2018 naar Syrië teruggekeerd omdat een zoon van eiseres 1, tevens broer van eiseres 2, vermist was. Na bijna twee jaar bleek dat hij in het leger zit. In de tussentijd brak de coronapandemie uit, werd eiseres 1 ziek, en zat Syrië volledig op slot. De aanvraag voor een nieuw paspoort verliep zeer moeizaam en duurde bijna anderhalf jaar. Eiseres 2 is op weg naar school verschillende keren bij controleposten ondervraagd vanwege haar achternaam. Een oudere zus van eiseres 2 is een keer door de veiligheidsdiensten meegenomen. De man van eiseres 1, tevens vader van eiseres 2, komt voor in de uitgelekte ‘Caesar-documenten’, waarmee bekend is dat hij door de Syrische autoriteiten is gemarteld en vermoord. Diverse familieleden van eiseressen zijn opgepakt en verdwenen. De uitreis uit Syrië in 2022 verliep via een tussenpersoon en door middel van omkoping. Daarnaast voeren eiseressen aan dat verweerder een onredelijk beleid hanteert. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat een eerdere probleemloze terugkeer een veilige terugkeer garandeert. Hierbij verwijzen eiseressen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:397. Ook volgt volgens eiseressen uit landeninformatie dat terugkeerders te maken kunnen krijgen met schending van mensenrechten. Hierbij verwijzen zij naar: het Algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Syrië van augustus 2023, het rapport ‘Syria targeting of individuals’ van EASO van maart 2020, het rapport ‘Country focus Syria’ van EUAA van oktober 2023 en het document ‘Syrië – gevaren en willekeur bij terugkeer van VluchtelingenWerk Nederland van 12 december 2023. Ten slotte voert eiseres 2 aan dat zij in 2018 minderjarig was en daarom geen keuze had dan mee terug te gaan naar Syrië.
5. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat op goede gronden ongeloofwaardig is bevonden dat eiseres 2 bij controleposten problemen zal ondervinden. Zij heeft namelijk eerder niet daadwerkelijk problemen ondervonden, de broer met dezelfde achternaam ondervindt ook geen problemen en zij heeft zonder problemen een paspoort kunnen verkrijgen in Syrië. Ook is meegewogen dat eiseres 2 tegenstrijdig heeft verklaard over de vraag of zij bij het verlaten van Syrië in 2022 wel of niet haar identiteitskaart moest laten zien. Verder is volgens verweerder het asielbeleid ten aanzien van Syrië niet onredelijk. Uit het door eiseressen aangehaalde ambtsbericht, en uit het ‘Syria 2022 Human Rights Report’ van het US Department of State, volgt dat niet alle terugkeerders een risico lopen op mensenrechtenschendingen. Het algemene uitgangspunt is dat terugkeer naar Syrië leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Maar niet valt in te zien waarom aan een eerdere probleemloze terugkeer niet het gevolg zou mogen worden verbonden dat dit niet opgaat. Het is immers in het asielrecht algemeen aanvaard dat het op de weg van de asielzoeker ligt om de gestelde vrees bij terugkeer aannemelijk te maken. In het geval van eiseressen is naar alle aandachtspunten gekeken zoals die voortvloeien uit het Informatiebericht 2024/13 (https://puc.overheid.nl/ind/doc/PUC_1327803_1/1/).
6. Tijdens de zitting hebben eiseressen en verweerder over en weer op elkaars standpunten kunnen reageren. De rechtbank zal de bestreden besluiten toetsen aan de hand van de beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt als volgt.
7. Verweerder heeft niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres 2 vanwege haar achternaam problemen kan krijgen bij controleposten in Syrië. Verweerder heeft het onvoldoende mogen achten dat zij volgens haar verklaringen eerder bij controleposten in Syrië kritisch is ondervraagd. De stelling namens eiseressen ter zitting dat eiseres 2 een keer is meegenomen door de Syrische autoriteiten is niet terug te voeren op de rapporten van de gehoren van eiseressen en wordt daarom niet gevolgd. Ook heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseressen reisdocumenten hebben kunnen verkrijgen van de Syrische autoriteiten en legaal uit Syrië hebben kunnen uitreizen. Verder heeft verweerder kunnen betrekken dat de broer van eiseres 2, die dezelfde achternaam heeft, werkzaam is bij het Syrische leger. Eerst ter zitting hebben eiseressen gesteld dat hij steekpenningen betaalt om niet te worden ingezet aan het front. Ook hieruit kan niet worden opgemaakt dat hij problemen ondervindt vanwege zijn achternaam. Ten slotte heeft verweerder terecht aan eiseres 2 tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over haar uitreis in 2022, aangezien zij enerzijds heeft verklaard dat zij daarbij haar identiteitskaart moest laten zien en anderzijds dat dit niet het geval was.
8. Op grond van artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht kan er geen beroep worden ingesteld tegen beleidsregels. De bestuursrechter kan echter wel in het kader van een beroep tegen een besluit beoordelen of een beleidsregel waarop dat besluit is gebaseerd redelijk is. Dit heet in vaktermen: exceptieve toetsing. In dit kader volgt de rechtbank eiseressen niet in hun stelling dat verweerders landgebonden beleid ten aanzien van Syrië, zoals neergelegd in onderdeel C7/33.4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, onredelijk is. Verweerder heeft er namelijk terecht op gewezen dat het allereerst op de weg van de asielzoeker ligt om zijn gestelde vrees aannemelijk te maken. Dit volgt uit artikel 4 van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) dat is omgezet in artikel 31 van de Vw. Verweerder mag daarom in gevallen waarin een vreemdeling eerder zonder problemen is teruggekeerd naar Syrië afwijken van zijn algemene uitgangspunt dat terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade oplevert. Bovendien moet er op grond van deze beleidsregel altijd een beoordeling plaatsvinden van de individuele feiten en omstandigheden.
Conclusie
10. Verweerder heeft de asielaanvragen van eiseressen terecht afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiseressen geen gelijk krijgen. De bestreden besluiten blijven in stand. Eiseressen krijgen dan ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.4949 en NL24.4951
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 1] , eiseres 1, V-nummer: [V-nummer 1] , en
[eiseres 2] , eiseres 2, V-nummer: [V-nummer 2]
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde: mr. M.M.G. Crompvoets),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigden: mr. S.H.J. Muijlkens en mr. C.W.M. van Breda).
Inleiding
In twee besluiten van 16 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eiseressen afgewezen.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft een zitting bepaald op 11 april 2024. Deze zitting is verdaagd omdat er geen tolk aanwezig kon zijn.
De rechtbank heeft de beroepen op 22 mei 2024 op een zitting behandeld in Breda. Eiseressen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Gedurende een gedeelte van de zitting heeft [naam] via een telefonische verbinding opgetreden als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.W.M. van Breda.
Beoordeling
1. Eiseres 1 is geboren op [geboortedag 1] 1968 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiseres 2 is geboren op [geboortedag 2] 2005 en heeft ook de Syrische nationaliteit. Eiseres 2 is de dochter van eiseres 1. Zij hebben op 10 juni 2022 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Als redenen om asiel aan te vragen hebben eiseressen het volgende opgegeven. Er is een oorlog in Syrië en daarom is het daar erg onveilig en zijn de leefomstandigheden erg slecht. Ook vrezen eiseressen bij controleposten problemen te krijgen met de Syrische autoriteiten omdat hun familieleden in het verleden problemen hebben gehad met het regime. Eiseressen hebben verklaard dat de man van eiseres 1, tevens de vader van eiseres 2, gevangen is genomen en later is vermoord omdat hij tegen het regime was.
3. In de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eiseressen afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de door eiseressen gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eiseressen hebben volgens verweerder geen recht op een asielvergunning, omdat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade lopen. In de periode van 2018 tot 2022 zijn eiseressen namelijk teruggekeerd naar Syrië en hebben zij daar geen problemen ondervonden. Dit was nadat zij in Nederland een verblijfsvergunning hadden gekregen. Eiseressen konden in Syrië een paspoort en een identiteitskaart aanvragen en konden Syrië ondanks controles zonder problemen legaal weer verlaten. Dat eiseressen vrezen voor de Syrische autoriteiten vanwege hun familienaam, acht verweerder onvoldoende. Eiseressen hebben namelijk verklaard dat ook andere inwoners van hun woonplaats in Syrië demonstreerden. Niet gebleken is dat één specifieke familienaam in de negatieve belangstelling staat. Daarnaast hebben eiseressen verklaard dat een zoon van eiseres 1, tevens broer van eiseres 2, in dienst is bij het Syrische leger zonder dat hij problemen ondervindt vanwege zijn achternaam.
4. Eiseressen zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij vinden dat hun relaas niet volledig is weergegeven. Zij zijn in 2018 naar Syrië teruggekeerd omdat een zoon van eiseres 1, tevens broer van eiseres 2, vermist was. Na bijna twee jaar bleek dat hij in het leger zit. In de tussentijd brak de coronapandemie uit, werd eiseres 1 ziek, en zat Syrië volledig op slot. De aanvraag voor een nieuw paspoort verliep zeer moeizaam en duurde bijna anderhalf jaar. Eiseres 2 is op weg naar school verschillende keren bij controleposten ondervraagd vanwege haar achternaam. Een oudere zus van eiseres 2 is een keer door de veiligheidsdiensten meegenomen. De man van eiseres 1, tevens vader van eiseres 2, komt voor in de uitgelekte ‘Caesar-documenten’, waarmee bekend is dat hij door de Syrische autoriteiten is gemarteld en vermoord. Diverse familieleden van eiseressen zijn opgepakt en verdwenen. De uitreis uit Syrië in 2022 verliep via een tussenpersoon en door middel van omkoping. Daarnaast voeren eiseressen aan dat verweerder een onredelijk beleid hanteert. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat een eerdere probleemloze terugkeer een veilige terugkeer garandeert. Hierbij verwijzen eiseressen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:397. Ook volgt volgens eiseressen uit landeninformatie dat terugkeerders te maken kunnen krijgen met schending van mensenrechten. Hierbij verwijzen zij naar: het Algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Syrië van augustus 2023, het rapport ‘Syria targeting of individuals’ van EASO van maart 2020, het rapport ‘Country focus Syria’ van EUAA van oktober 2023 en het document ‘Syrië – gevaren en willekeur bij terugkeer van VluchtelingenWerk Nederland van 12 december 2023. Ten slotte voert eiseres 2 aan dat zij in 2018 minderjarig was en daarom geen keuze had dan mee terug te gaan naar Syrië.
5. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat op goede gronden ongeloofwaardig is bevonden dat eiseres 2 bij controleposten problemen zal ondervinden. Zij heeft namelijk eerder niet daadwerkelijk problemen ondervonden, de broer met dezelfde achternaam ondervindt ook geen problemen en zij heeft zonder problemen een paspoort kunnen verkrijgen in Syrië. Ook is meegewogen dat eiseres 2 tegenstrijdig heeft verklaard over de vraag of zij bij het verlaten van Syrië in 2022 wel of niet haar identiteitskaart moest laten zien. Verder is volgens verweerder het asielbeleid ten aanzien van Syrië niet onredelijk. Uit het door eiseressen aangehaalde ambtsbericht, en uit het ‘Syria 2022 Human Rights Report’ van het US Department of State, volgt dat niet alle terugkeerders een risico lopen op mensenrechtenschendingen. Het algemene uitgangspunt is dat terugkeer naar Syrië leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Maar niet valt in te zien waarom aan een eerdere probleemloze terugkeer niet het gevolg zou mogen worden verbonden dat dit niet opgaat. Het is immers in het asielrecht algemeen aanvaard dat het op de weg van de asielzoeker ligt om de gestelde vrees bij terugkeer aannemelijk te maken. In het geval van eiseressen is naar alle aandachtspunten gekeken zoals die voortvloeien uit het Informatiebericht 2024/13 (https://puc.overheid.nl/ind/doc/PUC_1327803_1/1/).
6. Tijdens de zitting hebben eiseressen en verweerder over en weer op elkaars standpunten kunnen reageren. De rechtbank zal de bestreden besluiten toetsen aan de hand van de beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt als volgt.
7. Verweerder heeft niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres 2 vanwege haar achternaam problemen kan krijgen bij controleposten in Syrië. Verweerder heeft het onvoldoende mogen achten dat zij volgens haar verklaringen eerder bij controleposten in Syrië kritisch is ondervraagd. De stelling namens eiseressen ter zitting dat eiseres 2 een keer is meegenomen door de Syrische autoriteiten is niet terug te voeren op de rapporten van de gehoren van eiseressen en wordt daarom niet gevolgd. Ook heeft verweerder kunnen betrekken dat eiseressen reisdocumenten hebben kunnen verkrijgen van de Syrische autoriteiten en legaal uit Syrië hebben kunnen uitreizen. Verder heeft verweerder kunnen betrekken dat de broer van eiseres 2, die dezelfde achternaam heeft, werkzaam is bij het Syrische leger. Eerst ter zitting hebben eiseressen gesteld dat hij steekpenningen betaalt om niet te worden ingezet aan het front. Ook hieruit kan niet worden opgemaakt dat hij problemen ondervindt vanwege zijn achternaam. Ten slotte heeft verweerder terecht aan eiseres 2 tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over haar uitreis in 2022, aangezien zij enerzijds heeft verklaard dat zij daarbij haar identiteitskaart moest laten zien en anderzijds dat dit niet het geval was.
8. Op grond van artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht kan er geen beroep worden ingesteld tegen beleidsregels. De bestuursrechter kan echter wel in het kader van een beroep tegen een besluit beoordelen of een beleidsregel waarop dat besluit is gebaseerd redelijk is. Dit heet in vaktermen: exceptieve toetsing. In dit kader volgt de rechtbank eiseressen niet in hun stelling dat verweerders landgebonden beleid ten aanzien van Syrië, zoals neergelegd in onderdeel C7/33.4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, onredelijk is. Verweerder heeft er namelijk terecht op gewezen dat het allereerst op de weg van de asielzoeker ligt om zijn gestelde vrees aannemelijk te maken. Dit volgt uit artikel 4 van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) dat is omgezet in artikel 31 van de Vw. Verweerder mag daarom in gevallen waarin een vreemdeling eerder zonder problemen is teruggekeerd naar Syrië afwijken van zijn algemene uitgangspunt dat terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade oplevert. Bovendien moet er op grond van deze beleidsregel altijd een beoordeling plaatsvinden van de individuele feiten en omstandigheden.
Conclusie
10. Verweerder heeft de asielaanvragen van eiseressen terecht afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiseressen geen gelijk krijgen. De bestreden besluiten blijven in stand. Eiseressen krijgen dan ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.