Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:8571
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
657 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18011
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).
Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.18010, op 27 mei 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw V. Nakiyaga (tolknummer [nummer]). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.18010, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het bestreden besluit is vernietigd, en verzoekster mag niet worden overgedragen aan Frankrijk. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). De voorzieningenrechter ziet in deze zaak geen aanleiding voor een vergoeding van 1 punt voor het verschijnen ter zitting, omdat deze vergoeding al in de beroepszaak is toegekend.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.