Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:8369
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,606 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18858
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van [nationaliteit] nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . Hij heeft op 10 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 24 april 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 24 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris het bestreden besluit terecht en op goede gronden genomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is homoseksueel. Hierdoor heeft eiser problemen meegemaakt met de politie in Nigeria. Eiser is bij een feest gearresteerd samen met zijn vriend [naam2] . Tijdens het verhoor heeft eiser onder dwang een bekentenis afgelegd dat hij homoseksueel is. De politieagenten dreigden deze bekentenis door te sturen naar de rechtbank. Nadat de politie eisers auto had verkocht, is hij vrijgelaten. Daarna is de politie nog drie keer bij eiser gekomen, omdat ze geld van hem wilde. Eiser vreest bij terugkeer dat hij zijn vrijheid verliest en dat hij wordt geïntimideerd door de politie.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Homoseksuele geaardheid;
3. Arrestatie, mishandeling en chantage door de politie.
5.1.
De staatssecretaris gaat, hoewel eiser zijn identiteit niet met documenten heeft aangetoond, uit van de door eiser verstrekte persoonsgegevens. De staatssecretaris hecht geen geloof aan eisers gestelde homoseksuele geaardheid, de arrestatie, mishandeling en chantage door de politie. De staatssecretaris vindt eisers verklaringen over zijn gestelde homoseksuele geaardheid vaag, oppervlakkig, algemeen, wisselend en niet authentiek. Eisers verklaringen die zien op het derde element zijn volgens de staatssecretaris ongerijmd en tegenstrijdig. De staatssecretaris concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.
Had de staatssecretaris het risico van de zijde van het netwerk als relevant element moeten aanmerken?
6. Anders dan eiser, is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris het gestelde risico van het netwerk van mensenhandelaren terecht niet (ambtshalve) als relevant element heeft aangemerkt. De verklaringen van eiser in het aanmeldgehoor en het nader gehoor geven daarvoor onvoldoende aanleiding. Ook heeft de staatssecretaris in de verklaringen van eiser geen aanleiding hoeven zien om hem op dit punt nader te horen. Dat eiser in Duitsland twee ‘neven’ zou hebben ontmoet die zijn paspoort zouden hebben afgenomen, hem naar Nederland zouden hebben gebracht en van hem verlangd hebben dat hij een pakketje in ontvangst zou nemen – eiser dacht dat dit met drugs te maken zou kunnen hebben – is daarvoor onvoldoende. In het bestreden besluit is de staatssecretaris uitgebreid ingegaan op hetgeen namens eiser in de zienswijze op dit punt is aangevoerd. Dat eiser zou vrezen voor een netwerk van mensenhandelaren, zoals namens hem in beroep is gesteld, blijkt uit zijn verklaringen niet. De verwijzing naar informatie uit het algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023 over risico’s bij terugkeer van slachtoffers van mensenhandelaren voor represailles van de zijde van het netwerk van mensenhandelaren, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Van een onzorgvuldigheid op dit punt is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de staatssecretaris eisers gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig mogen achten?
7. Eiser stelt dat hij in lijn met de werkinstructie 2019/17 heeft verklaard over alle van belang zijnde thema’s. De ontdekking en acceptatie van zijn geaardheid is lang geleden. Het valt eiser om die reden niet aan te rekenen dat hij niet alles exact weet, aldus zijn gemachtigde. Verder stelt eiser dat hij moeilijk over zijn gevoelens kan praten. Volgens eiser heeft de staatssecretaris onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader. Verder stelt eiser dat de staatssecretaris zijn verklaringen onvoldoende in onderlinge samenhang heeft beoordeeld en dat de staatssecretaris ten onrechte niet de compensatiemogelijkheid heeft toegepast.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris niet ten onrechte eisers gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig heeft geacht. In dit verband neemt de rechtbank in aanmerking dat de staatssecretaris niet ten onrechte heeft overwogen dat eisers verklaringen over het moment van ontdekking, zijn acceptatie en de relaties die hij met mannen zou hebben gehad, vaag, oppervlakkig en algemeen zijn. Niet ten onrechte heeft de staatssecretaris overwogen dat hij op zoek is naar het authentieke verhaal van eiser, maar dat eiser er niet in is geslaagd dat over te brengen. In dit verband neemt de rechtbank in aanmerking dat de staatssecretaris niet ten onrechte heeft overwogen dat niet valt in te zien dat eisers besef dat hij (terwijl hij nog leeft) niet naar de hel is gegaan, heeft geleid tot acceptatie van zijn seksuele geaardheid. Ook ten aanzien van eisers verklaring dat zijn acceptatie ook het gevolg was van zijn gesprek met Kenneth, die hem zou hebben verteld dat eiser kon zijn wie hij wilde, heeft de staatssecretaris niet ten onrechte oppervlakkig en weinig persoonlijk kunnen vinden. Ditzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor eisers verklaringen over zijn relaties met andere mannen. In beroep heeft eiser hetgeen de staatssecretaris in dit kader heeft tegengeworpen niet gemotiveerd betwist. De omstandigheid dat eiser moeilijk over zijn gevoelens zou kunnen praten – wat overigens niet nader met stukken of anderszins is onderbouwd – laat onverlet dat de staatssecretaris mag verwachten dat hij een authentiek verhaal vertelt over het moment van ontdekken van zijn homoseksuele geaardheid en welke gedachtes en gevoelens hij daar bij had. Temeer omdat eiser afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit verboden is. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser daarin niet is geslaagd. Dat de staatssecretaris onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader is niet nader gemotiveerd. Ook in beroep heeft eiser niet aangegeven op welke wijze zijn referentiekader hem in de weg zou zitten bij het verklaren. De staatssecretaris heeft terecht overwogen dat het zwaartepunt bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers gestelde homoseksuele gerichtheid bij eisers eigen ervaringen en persoonlijke beleving ligt, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris niet ten onrechte overwogen dat eiser zijn gebrek aan een authentiek verhaal niet heeft kunnen compenseren met de door hem overgelegde e-mail van zijn gestelde partner en zijn kennis van de Nigeriaanse LHBTI-wetgeving en zijn kennis van LHBTI-organisaties in Nederland en Nigeria. Dat eiser er niet in is geslaagd om dat gebrek te compenseren, betekent – anders dan eiser stelt – niet dat de compensatiemogelijkheid niet is toegepast en dat de verklaringen van eiser niet in onderlinge samenhang zouden zijn beoordeeld. In dit verband heeft de staatssecretaris niet ten onrechte betrokken dat eiser eerder in 2019 in Europa was, toen geen bescherming heeft gevraagd en dat hij ook in 2022 toen hij vanuit Nigeria in Duitsland aankwam niet onmiddellijk heeft gedaan. Ook in Nederland heeft eiser niet onmiddellijk na binnenkomst asiel gevraagd. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte overwogen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers relaas en de noodzaak om hem internationale bescherming te bieden. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
9. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, rechter, in aanwezigheid van
A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.