Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-19
ECLI:NL:RBDHA:2024:786
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
492 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.36315 en NL23.36311
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam verzoekster 1] , V-nummer: [V-nr.] , verzoekster I
mede namens haar minderjarige kind: [naam kind]
[naam verzoekster 2]
, V-nummer: [V-nr.] , verzoekster II
hierna tezamen: verzoeksters
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij twee afzonderlijke besluiten van 16 november 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoeksters niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.36314 en NL23.36310, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.