Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:6163
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,124 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.31474
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. S. Oukil),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 14 maart 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen vier of acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Verweerder heeft op 20 maart 2024 op de tussenuitspraak gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
2. Verweerder heeft het ongeloofwaardig gevonden dat eiseres te vrezen heeft voor problemen met de Venezolaanse autoriteiten, naar aanleiding van de deelname van haar man aan de demonstraties in januari 2019.1 Tevens heeft verweerder de verklaringen van eiseres over haar problemen met Tren de Aragua ongeloofwaardig geacht. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat verweerder verschillende argumenten ter onderbouwing van die standpunten niet goed heeft gemotiveerd. De rechtbank heeft verweerder vier weken de tijd geboden om de geconstateerde motiveringsgebreken te herstellen. Deze termijn bedroeg acht weken, indien verweerder eiser nog aanvullend wenste te horen. De termijn van vier respectievelijk acht weken startte op de datum dat de tussenuitspraak is verzonden. De rechtbank heeft verweerder verzocht om in ieder geval binnen twee weken te laten weten of hij de gebreken zou gaan herstellen.
1. NL23.31471
3. Verweerder heeft met zijn brief van 20 maart 2024 laten weten gebruik te willen maken van de mogelijkheid om de gebreken te herstellen. Verweerder heeft de rechtbank niet laten weten dat hij eiseres aanvullend wenst te horen. Om die reden gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder gebruik wilde maken van de hersteltermijn van vier weken. De rechtbank stelt vast dat verweerder de gebreken niet binnen die termijn heeft hersteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiveringsgebreken.
4. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 april 2024
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.