Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2024:6081
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
927 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22325
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. H. Postma),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Procesverloop
Eiser heeft op 13 januari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Eiser heeft op 3 augustus 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.
De staatssecretaris heeft bij besluit van 26 februari 2024 de aanvraag ingewilligd.
Eiser heeft op 28 februari 2024 gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de staatssecretaris binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
5. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 13 januari 2023. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser op 13 juli 2023 eindigen. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn ten tijde van de ingebrekestelling nog niet was verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 5 juli 2023 prematuur is ingediend, hetgeen leidt tot een niet-ontvankelijk beroep.
6. Op 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen op de aanvraag van eiser. Nu er echter geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank daarmee geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan eiser. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.