Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:5478
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,667 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.3180
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Zij heeft op 8 december 2020 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 3 januari 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
1..2 De rechtbank heeft het beroep op 2 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris. Tevens was een tolk aanwezig.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de ongegrondverklaring van de asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers heeft verklaard dat zij [naam] heet, geboren is op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit heeft. Eiseres heeft verklaard dat zij sinds 2013 biseksueel is. Ze is hierachter gekomen door de relatie met [naam 2] met wie betrokkene tot 2015 een relatie had. Op een middag in 2015 werd ze thuis door haar vader betrapt toen ze [naam 2] aan het aanraken, strelen en zoenen was. Dit heeft haar vader aan [naam 3], de vader van [naam 2], gemeld en uiteindelijke is [naam 3] ontslagen als [beroep] omdat hij hier niets mee deed. Vanwege het geroddel en omdat de gemeenschap haar uitlachte over het incident en omdat zij zich schaamde, besloot ze met behulp van [naam 4] om op 25 februari 2017 Nigeria te verlaten.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Betrokkene is biseksueel
3. Betrokkene is een alleenstaande vrouw
4. Verwachte problemen met betrekking tot vrouwenbesnijdenis
5. Slachtoffer mensenhandel
De staatssecretaris stelt zich over element 1. op het standpunt dat eiseres haar identiteit niet met documenten heeft aangetoond. Voor deze procedure houdt de staatssecretaris de door eiseres genoemde persoonsgegevens aan. Over de elementen 2., 3., 4. en 5. stelt de staatssecretaris zich op het standpunt dat hij deze ongeloofwaardig acht. Deze worden niet verder getoetst. De staatssecretaris heeft daartoe - voor zover hier van belang - overwogen dat eiseres wisselend, summier en in algemene bewoordingen heeft verklaard over haar geaardheid - daarnaast verklaart zij gedetailleerder en specifieker over mannen dan over vrouwen - en haar proces van bewustwording. Er is rekening gehouden met het referentiekader van eiseres door onder meer eenvoudige vragen te stellen, door te vragen en aan te sluiten op de verklaringen van eiseres. Voorts is rekening gehouden met het referentiekader doordat de staatssecretaris eiseres niet tegenwerpt dat zij geen uitgebreide kennis heeft van LHBTI-kwesties in haar land van herkomst dan wel hier in Nederland. Evenmin kan van haar worden verwacht gedetailleerde verklaringen af te leggen over haar seksuele geaardheid, echter eiseres dient wel middels gedetailleerde en persoonlijke verklaringen aannemelijk te maken hoe zij tot de ontdekking is gekomen dat zij biseksueel is, hoe dat voor haar voelde en wat haar in bepaalde personen aantrok. Eiseres is hierin niet geslaagd, aldus de staatssecretaris. Eiseres heeft verklaard dat zij geen feitelijke problemen heeft ondervonden vanwege biseksualiteit. Het was bekend bij haar ouders en naasten. Eiseres werd enkel door haar gemeenschap uitgelachen en er werd over haar geroddeld.
De staatssecretaris concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen.
6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat uit het besluit niet blijkt op welke manier de staatssecretaris in de beoordeling, besluitvorming rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van geaardheid dient rekening te worden gehouden met het referentiekader (opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur, afkomst etc.). Eiseres wijst op de uitspraak van de Raad van state van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1622, waarin de Afdeling aangeeft dat de staatssecretaris kenbaar moet motiveren dat rekening is gehouden met de culturele achtergrond of het opleidingsniveau. Alles in onderlinge samenhang bezien kan niet tot de conclusie gekomen worden dat de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig wordt geacht. De gestelde seksuele geaardheid van eiseres moet dan ook geloofwaardig geacht worden. Het asielrelaas dient dan ook als zodanig beoordeeld te worden. Het feit dat de aangifte van eiseres omtrent mensenhandel is afgewezen omdat er geen strafvervolging kan plaatsvinden maakt niet dat eiseres geen slachtoffer is geweest van mensenhandel. Dit zijn twee totaal verschillende zaken. Niet op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat het ongeloofwaardig is dat eiseres slachtoffer is geweest van mensenhandel. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres de hiervoor vermelde standpunten herhaald. Eiseres is bang voor represailles. Eiseres stelt dat zij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege represailles door de mensenhandelaren. Wat betreft mensenhandel verschilt het Ambtsbericht 2023 wezenlijk van het vorige algemeen ambtsbericht Nigeria van maart 2021, dat de staatssecretaris bij zijn besluitvorming heeft betrokken. In het ambtsbericht van 2023 staat echter dat alle geraadpleegde bronnen aangaven dat slachtoffers van mensenhandel het risico lopen op represailles. Eiseres stelt dan ook dat uitgegaan dient te worden van haar seksuele geaardheid en beoordeeld dient te worden of zij daardoor problemen zal ondervinden bij een eventuele terugkeer naar haar land van herkomst.
Eiseres is van mening dat zij op grond hetgeen zij naar voren heeft gebracht in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van vluchtelingschap. Gezien het bovengenoemde is eiseres tevens van mening dat er sprake is van schending van artikel 3 van het EVRM.
Seksuele gerichtheid
9 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris in het voornemen, het bestreden besluit, zijn verweerschrift en in zijn toelichting ter zitting kenbaar het referentiekader van eiseres betrokken, een en ander in lijn met WI 2019/17 en WI 2014/10. De staatssecretaris heeft tot uitgangspunt genomen dat eiseres zich sinds 2013 bewust is geworden van haar seksuele gerichtheid en dat zij twee relaties heeft gehad met een vrouw. Ook heeft de staatssecretaris rekening gehouden met het feit dat eiseres geen onderwijs heeft genoten, en uit Nigeria komt, een land waar homo- biseksualiteit taboe is. De staatssecretaris heeft ter zitting verduidelijkt dat ondanks het opleidingsniveau en de achtergrond van eiseres, van haar wel verwacht kan worden dat ze iets verklaart. Het is de rechtbank verder gebleken dat tijdens de gehoren aan eiseres is aangegeven dat zij om verduidelijking kon vragen als zij een vraag niet begreep en dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd en vragen op een andere manier zijn gesteld. Deze omstandigheden in aanmerking genomen heeft de staatssecretaris naar het oordeel van de rechtbank voldoende rekening gehouden met haar referentiekader.
10. De rechtbank overweegt dat bij de vraag of de seksuele gerichtheid aannemelijk is het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaringen. Als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar LHBTI-gerichtheid niet wordt geaccepteerd en zelfs strafbaar is, mag van een vreemdeling worden verwacht dat hij inzicht kan geven in een denkproces over wat het betekent om anders te zijn dan de maatschappij of wet verlangt en hoe hij daar invulling aan geeft.
11. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door eiseres gestelde seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen op basis van de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig worden geacht. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte overwogen dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar geaardheid, dat eiseres vaag en summier verklaart over haar proces van bewustwording, dat eiseres niet duidelijk heeft gemaakt hoe deze geaardheid zich verhoudt tot het land van herkomst. Hiermee heeft de staatssecretaris tot het oordeel mogen komen dat de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is.
12.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WI 2014/10 Inhoudelijke beoordeling (asiel), 1 januari 2015
Zie de uitspraak van de Afdeling van 24 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2615).
Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:556).