Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:5465
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak
703 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/955
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [v-nummer]
gemachtigde: mr. J. Singh,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. J.M.M. van den Hoek).
Inleiding
Met het besluit van 17 januari 2024 heeft de Koninklijke Marechaussee aan eiser de toegang tot Nederland geweigerd.
Eiser heeft tegen het besluit tot toegangsweigering beroep ingesteld.
Op 27 januari 2024 heeft eiser vanuit grensdetentie een opvolgende asielaanvraag ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2024 op zitting behandeld. Eiser en gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
Eiser heeft op 27 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag ingediend. In de Werkinstructie 2022/15 Grensprocedure van verweerder staat vermeld dat als een vreemdeling in grensdetentie een opvolgende asielaanvraag indient, het eerdere besluit tot weigering van de toegang vervalt. Dat is in dit geval het besluit van 17 januari 2024, waartegen het beroep zich richt.
Daarnaast omvat, gelet op artikel 94, lid 2, Vreemdelingenwet 2000 (Vw), het eerder ingediende beroep tegen het besluit waarin aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, zesde lid, in samenhang met het eerste en tweede lid, Vw is opgelegd, ook de toegangsweigering. In zoverre is deze maatregel al aan de rechtbank voorgelegd. De rechtbank had in die procedure weliswaar iets moeten of kunnen zeggen over de toegangsweigering. Dat is niet gebeurd. Maar eiser heeft tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld. Dat betekent dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2024 door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Harms griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:
Coll:
NL24.2279