Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-09
ECLI:NL:RBDHA:2024:5280
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
926 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27822
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
V-nummer: [Nummer]
mede namens haar minderjarige kind
[Naam kind]
V-nummer: [Nummer kind]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Amtink).
Procesverloop
Bij besluit van 30 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Verweerder heeft de rechtbank op 27 maart 2024 bericht dat eiseres met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. Hij heeft ter onderbouwing een schermafbeelding overgelegd van de COA-registratie waaruit blijkt dat eiseres op 22 maart 2024 is vertrokken uit de asielopvang.
2. De gemachtigde van eiseres heeft desgevraagd op 4 april 2024 meegedeeld dat zij op 28 februari 2024 voor het laatst contact heeft gehad met eiseres en dat zij geen reactie heeft ontvangen van eiseres op de vraag of zij nog in Nederland verblijft en of zij de beroepsprocedure wil voortzetten. Ook geeft de gemachtigde van eiseres aan dat het niet mogelijk is gebleken telefonisch contact te krijgen.
3. De rechtbank volgt de vaste lijn van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, dient er in beginsel vanuit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. Nu niet is gebleken dat eiseres nog contact heeft met haar gemachtigde, of dat de gemachtigde bekend is met de verblijfplaats van eiseres in Nederland, oordeelt de rechtbank dat eiseres geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3988.