Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:5136
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
909 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.984
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. B.D. Lit),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. J.D. Alberda).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) onder de beperking ‘verblijf als familie of gezinslid’ bij haar echtgenoot.
1.1
De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 29 november 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 december 2023 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit het beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de echtgenoot van eiseres (eiser in de zaken NL24.973 en NL24.974). Tevens is een tolk verschenen. Tevens zijn de bodemzaak en het verzoek om een voorlopige voorziening met hiervoorvermelde zaaknummers van eiser behandeld.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de ongegrondverklaring van het bezwaar van eiseres gericht tegen de afwijzing van haar aanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Eiseres heeft op 21 juni 2022 een aanvraag ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot.
4. Tussen partijen is niet in geschil dat de aanvraag van eiseres afhankelijk is van de verblijfsrechtelijke positie van haar echtgenoot. Nu bij uitspraak van vandaag in de zaak NL24.973 de staatssecretaris op goede gronden de aanvraag van de echtgenoot voor een verblijfsvergunning heeft afgewezen en hij geen rechtmatig verblijf heeft, heeft eiseres ook geen afgeleid rechtmatig verblijf. Het beroep is ongegrond.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zaak NL24.985