Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:4783
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
482 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.10751
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.J. Jans),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. S. J. de Vries).
Procesverloop
Bij besluit van 16 januari 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag ten behoeve van verzoeker om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van familieleven afgewezen.
Bij besluit van 8 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.3389, op 26 maart 2024 op zitting behandeld. Daaraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, referent en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.3389, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open