Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:4540
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
856 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 24/1318 en SGR 24/1413
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
29 maart 2024 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen
1. [verzoeker 1], te [woonplaats] , verzoeker 1,2. [verzoeker 2], te [woonplaats] , verzoeker 2,
hierna ook gezamenlijk te noemen: verzoekers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, het college
(gemachtigde: mr. S. Gonzalez).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] B.V., te [plaatsnaam] (vergunninghoudster)
(gemachtigde: mr. E.W. Baart).
Inleiding
Dit proces-verbaal bevat de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het besluit van het college van 10 november 2023. In dit besluit heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand [adres] te [Plaatsnaam] . Het bouwplan voorziet in het ombouwen van een restaurant tot snackbar en drie wooneenheden.
Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 29 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghoudster.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening toe;
- schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 10 november 2023 tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan ieder van verzoekers afzonderlijk moet vergoeden.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Er is een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het afwijken van het bestemmingsplan voor een snackbar, maar uit de bij de aanvraag van het bouwplan behorende tekeningen lijkt te volgen dat in een deel van het snackbargedeelte een café-functie komt, die niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Een café valt immers onder horeca-categorie 2b, terwijl het bestemmingsplan ter plaatse slechts horeca-categorie 2a toestaat. Dit betekent dat een extra afwijking van het bestemmingsplan nodig is, die niet is vergund, hetgeen ook ter zitting door het college is erkend. Gelet hierop moet worden betwijfeld of het besluit van 10 november 2023 bij de beslissing op bezwaar stand kan houden. Daarom treft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening dat het besluit van 10 november 2023 wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Er kan daarom niet verder worden gebouwd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.