Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-13
ECLI:NL:RBDHA:2024:3418
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
481 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5195
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
van Syrische nationaliteit,
geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.5194, op 8 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.5194, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.