Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:3104
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
946 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2874
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 25 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft de rechtbank in de brief van 13 februari 2024 meegedeeld dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van verzoeker gevraagd hierop te reageren.
De gemachtigde van verzoeker heeft de rechtbank meegedeeld dat zij nog contact heeft met verzoeker en dat hij in Nederland verblijft.
Op 19 februari 2024 heeft de gemachtigde van verzoeker het beroep van verzoeker ingetrokken omdat verzoeker volgens zijn gemachtigde ten onrechte is aangemerkt als ‘met onbekende bestemming vertrokken’. Zij heeft gevraagd verweerder te veroordelen in de proceskosten
Bij brief van 21 februari 2024 heeft verweerder desgevraagd op dat verzoek gereageerd.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder niet tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. Naar de rechtbank begrijpt is het beroep immers ingetrokken omdat verweerder heeft gemeld dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken. De vraag of verzoeker al dan niet terecht is aangemerkt als met onbekende bestemming vertrokken is niet relevant voor de beoordeling van de vraag of verweerder tegemoet is gekomen aan verzoeker. Daarom bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van verzoekers proceskosten.
3. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).